Bevolkingsgroei: goed of slecht voor de economie?

Volgens de ‘neo-klassieke’ economische groeitheorie van Solow (1956) is bevolkingsgroei goed voor groei. Hoe meer mensen er zijn, des te meer er gespaard wordt en des te meer geld beschikbaar is voor investeringen in kapitaal. Gooien we er dan ook nog een sausje ‘nieuwe groeitheorie’ overheen, volgens welke er in nieuw kapitaal nieuwe ideeën verwerkt zijn die de economie nog beter doen functioneren. Dan zal een snel groeiende bevolking de welvaart van iedereen nog meer doen toenemen. Hoe harder de bevolking groeit, des te meer kapitaal er geïnvesteerd wordt en dus ook des te meer nieuwe ideeën gebruikt kunnen worden. De economie en de welvaart zullen daardoor (des te harder) groeien. Dat is de theorie in een notendop, maar de ‘echte’ oude theorie, namelijk die van de klassieken in de 18e en 19e eeuw, dacht heel anders over de gevolgen van bevolkingsgroei. Bevolkingsgroei zou alleen maar leiden tot hongersnoden en massasterfte. “Bevolkingsgroei: goed of slecht voor de economie?” verder lezen

De EU wordt een transferunie

Toen Griekenland in 2010 problemen kreeg door een extreem hoge overheidsschuld, werd binnen de kortste keren een tijdelijk fonds opgericht, het ESM geheten, om de Griekse overheid van ‘zachte’ leningen te voorzien. De Europese Commissie wil dat fonds nu gaan uitbouwen tot een permanent fonds dat overdrachten geeft aan lidstaten in (tijdelijke) financiële en/of economische problemen. Daarmee zou de EU een transferunie worden die economische schokken voor lidstaten opvangt door tijdelijke leningen. De Nederlandse minister van financiën, Wopke Hoekstra, mobiliseerde een aantal kleinere lidstaten om zich tegen zo’n ‘schokfonds’ te verzetten. Het mocht niet baten: op 4 december 2018 besloten de EU-ministers van financiën tot de oprichting van dat fonds en dat fonds zal bovendien niet alleen tijdelijke schokken opvangen, maar rijke lidstaten van de EU zullen via dit fonds arme lidstaten permanent onderhouden. “De EU wordt een transferunie” verder lezen

Waarom groeit een economie?

In de eerste drie decennia na de Tweede Wereldoorlog beleefden de economieën in de vrije wereld een periode van continue en hoge economische groei. Deze groei was in de geschiedenis van de mensheid nog nooit zo hoog geweest. Na die periode vanaf zo ongeveer 1973 zou er ook niet meer zo’n hoge economische groei zijn in de Westerse wereld. Er zijn veel hypotheses in omloop voor de verklaring voor die hoge naoorlogse groei, bijvoorbeeld dat er na de oorlog een grote inhaalvraag was naar kapitaal en menskracht waardoor de economieën zichzelf uit het moeras van de naweeën van de oorlog konden trekken. Maar wat nu precies de oorzaak van de hoge groei was, wist en weet geen econoom. Is het niet vreemd dat de economische theorie geen antwoord had op de vraag wat er voor zorgt dat in de economie de productie groeit? Weet de economische theorie uit te leggen waarom er landen zijn waar er al decennia (zo niet eeuwen) haast geen economische groei voorkomt (Sierra Leone, Honduras, Zimbabwe, enz.)? En waarom in sommige landen opeens ‘groeiwonderen’ optreden (de Aziatische tijgers)? “Waarom groeit een economie?” verder lezen

Hoe economen redeneren III: waarom loonmatiging goed/slecht voor ons is

In Nederland is heel lang loonmatiging als een na te streven beleidsdoel beschouwd. De reden daarvoor ligt voornamelijk in een CPB model (voor de fijnproevers: het jaargangenmodel) uit de jaren 70. In dat model zat een mechanisme waarbij als de lonen stegen de werkloosheid toenam. Meerdere generaties economen en politici zijn met dit ‘geloof’ opgegroeid en hebben gedacht dat loonmatiging goed zou zijn voor de economie. Maar er kwamen allengs tegengeluiden en inmiddels is loonmatiging niet meer een in beton gegoten beleidsparadigma.

“Hoe economen redeneren III: waarom loonmatiging goed/slecht voor ons is” verder lezen

Hoe economen redeneren II: waarom vrij verkeer goed/slecht voor ons is

We weten nu dat economen in het publieke debat altijd gelijk hebben. De reden is dat door een juiste keuze van aannames vanzelf de conclusies volgen die de econoom graag trekt. In deze blog gaan we dat demonstreren aan de hand van het voorbeeld van vrij verkeer van werknemers in de EU, een van de grondbeginselen waarop de EU is gebaseerd. Het is niet moeilijk te bewijzen dat dit beginsel goed is voor ons allemaal, maar het bewijs dat vrij verkeer slechte effecten heeft, is ook niet moeilijk te overleggen. Laten we met het eerste bewijs beginnen.  “Hoe economen redeneren II: waarom vrij verkeer goed/slecht voor ons is” verder lezen