Peter Nijkamp als economisch onderzoeker

Peter Nijkamp had de reputatie van een economisch supertalent dat jaar in jaar uit tientallen artikelen produceerde en boeken deed verschijnen, totdat er ergens in 2013 deuken in zijn onkreukbare reputatie werden aangebracht. Er zou iets zijn met een promovenda van hem. Dit gerucht was echter maar een prelude tot meer. Nijkamp zelf, zo werd gesuggereerd, zou zich bezondigen aan plagiaat, zelfplagiaat en/of gewoon aan slechte wetenschap. Ikzelf heb altijd half en half bewondering gehad voor de productiviteit van Nijkamp. Die bewondering was echter gebaseerd op zijn reputatie, niet op het grondig lezen van zijn werk. Toen de ‘affaire Nijkamp’ in full swing was, besloot ik in recent academisch werk van hem (met Akrima Kourtit) te duiken. Hieronder het resultaat: een bespreking van drie artikelen. Het viel niet mee. “Peter Nijkamp als economisch onderzoeker” verder lezen

Adam Smith en de moraal in de economie volgens Tomas Sedlacek

Vrij algemeen wordt Adam Smith (1723-1790) als de aartsvader van de economische wetenschap gezien. Uit zijn beroemde boek The wealth of nations stamt het idee dat als mensen er op uit zijn hun eigen belang te bevorderen en met anderen tot transacties komen (via de markt) een optimaal resultaat wordt verkregen. De markt leidt via een ‘onzichtbare hand’ tot een zo hoog mogelijke welvaart. Maar volgens Tomas Sedlacek, in zijn boek Economics of good and evil, was Adam Smith niet de eerste met deze boodschap.

“Adam Smith en de moraal in de economie volgens Tomas Sedlacek” verder lezen

Migratie als vervanging voor de welvaartsstaat

We zeiden eerder dat allerhande regelingen in de EU, zoals de schuldenunie en de bankenunie, voor de lidstaten als een verzekering werkt. Je hoeft de EU echter niet zo sterk op te tuigen om toch een verzekering dankzij de economische integratie te krijgen. Als je bijvoorbeeld alleen maar vrij verkeer van werknemers hebt en verder niets dan heb je ook al een vorm van verzekering. Vrij verkeer van werknemers is altijd een van de grondgedachten van de EU geweest (zie hier waarom) en als dat goed zou werken, dan leidt dat dus tot winst door het wegnemen van economische onzekerheid en het ontlasten van het overheidsbudget. “Migratie als vervanging voor de welvaartsstaat” verder lezen

De bankenunie: een trein die niet meer te stoppen is

Sinds de krediet- en bankencrisis (2008) en de daarop volgende schulden- en eurocrisis (2010) gaat het debat tussen economen meer en meer over de EU. Voor die tijd was de houding tegenover de EU van neutraal tot positief. Er was bijvoorbeeld vrijwel geen Nederlandse econoom die zich negatief over de Europese grondwet uitliet. De econoom die dat wel deed werd als een soort querulant beschouwd. Slechts weinigen dachten dat er iets fout kon gaan in de EU.

“De bankenunie: een trein die niet meer te stoppen is” verder lezen

Hoe economen redeneren III: waarom loonmatiging goed/slecht voor ons is

In Nederland is heel lang loonmatiging als een na te streven beleidsdoel beschouwd. De reden daarvoor ligt voornamelijk in een CPB model (voor de fijnproevers: het jaargangenmodel) uit de jaren 70. In dat model zat een mechanisme waarbij als de lonen stegen de werkloosheid toenam. Meerdere generaties economen en politici zijn met dit ‘geloof’ opgegroeid en hebben gedacht dat loonmatiging goed zou zijn voor de economie. Maar er kwamen allengs tegengeluiden en inmiddels is loonmatiging niet meer een in beton gegoten beleidsparadigma.

“Hoe economen redeneren III: waarom loonmatiging goed/slecht voor ons is” verder lezen

Hoe economen redeneren II: waarom vrij verkeer goed/slecht voor ons is

We weten nu dat economen in het publieke debat altijd gelijk hebben. De reden is dat door een juiste keuze van aannames vanzelf de conclusies volgen die de econoom graag trekt. In deze blog gaan we dat demonstreren aan de hand van het voorbeeld van vrij verkeer van werknemers in de EU, een van de grondbeginselen waarop de EU is gebaseerd. Het is niet moeilijk te bewijzen dat dit beginsel goed is voor ons allemaal, maar het bewijs dat vrij verkeer slechte effecten heeft, is ook niet moeilijk te overleggen. Laten we met het eerste bewijs beginnen.  “Hoe economen redeneren II: waarom vrij verkeer goed/slecht voor ons is” verder lezen

Hoe economen redeneren I: waarom de EU slecht/goed voor ons is

Economen hebben altijd gelijk. Welke stelling ze ook aanhangen, als hun conclusies logisch volgen uit hun veronderstellingen, valt er geen speld tussen hun redenering te krijgen. Dat is een traditie die teruggaat tot de klassieke economen van de vroeg 19e eeuw. Zij zagen de economie als een wetenschap die, uitgaande van ‘ware postulaten’, wetmatigheden afleidde. Deze deductieve methode betekent dat geen enkel waarneembaar feit ooit een bevestiging, maar ook geen weerlegging van de theorie kan opleveren. Zo kunnen economen met evenveel kracht bewijzen dat een economische unie als de EU goed is voor de lidstaten als dat de EU slecht is voor de lidstaten. Beginnen we met de laatste stelling.
“Hoe economen redeneren I: waarom de EU slecht/goed voor ons is” verder lezen

Albert Jolink: Samuelson versus Taleb is niet Keynes versus Tinbergen

Albert Jolink is een econoom die ook wel eens over de beroemde discussie tussen Keynes en Tinbergen heeft geschreven. Toen ik in het economenblad ESB een deel van die discussie verwerkte stuurde hij mij en het tijdschrift ESB een reactie. Volgens Jolink ging de Keynes-Tinbergen discussie over de vraag of investeringen nu wel of niet door de rente werden beïnvloed en dus niet over de vraag of je econometrie mocht of kon toepassen om de ‘waarheid’ over de economie te kunnen achterhalen. “Albert Jolink: Samuelson versus Taleb is niet Keynes versus Tinbergen” verder lezen

Mijn tweede baan (1979-1982)

Eerst maar weer eens iets over mijn eigen leven als econoom, of misschien was ik toch eigenlijk een econometrist. Eerder vertelde ik hoe mijn eerste empirische onderzoek mislukte (1976-1978). Ik wilde een hypothese van Tinbergen over de ontwikkeling van inkomensongelijkheid toetsen, maar er kwam niets uit of het verkeerde resultaat. Ik probeerde van alles, maar na twee jaar ploeteren was ik weer bij het begin van mijn onderzoek. Twee jaar lang was ik, als op een eiland, rondjes blijven draaien: er was geen hulp en ik zocht ook geen hulp. Ik voelde me mislukt als onderzoeker, maar kwam nog net niet in een depressie.

“Mijn tweede baan (1979-1982)” verder lezen