Hoe economen redeneren II: waarom vrij verkeer goed/slecht voor ons is

We weten nu dat economen in het publieke debat altijd gelijk hebben. De reden is dat door een juiste keuze van aannames vanzelf de conclusies volgen die de econoom graag trekt. In deze blog gaan we dat demonstreren aan de hand van het voorbeeld van vrij verkeer van werknemers in de EU, een van de grondbeginselen waarop de EU is gebaseerd. Het is niet moeilijk te bewijzen dat dit beginsel goed is voor ons allemaal, maar het bewijs dat vrij verkeer slechte effecten heeft, is ook niet moeilijk te overleggen. Laten we met het eerste bewijs beginnen.  “Hoe economen redeneren II: waarom vrij verkeer goed/slecht voor ons is” verder lezen

Hoe economen redeneren I: waarom de EU slecht/goed voor ons is

Economen hebben altijd gelijk. Welke stelling ze ook aanhangen, als hun conclusies logisch volgen uit hun veronderstellingen, valt er geen speld tussen hun redenering te krijgen. Dat is een traditie die teruggaat tot de klassieke economen van de vroeg 19e eeuw. Zij zagen de economie als een wetenschap die, uitgaande van ‘ware postulaten’, wetmatigheden afleidde. Deze deductieve methode betekent dat geen enkel waarneembaar feit ooit een bevestiging, maar ook geen weerlegging van de theorie kan opleveren. Zo kunnen economen met evenveel kracht bewijzen dat een economische unie als de EU goed is voor de lidstaten als dat de EU slecht is voor de lidstaten. Beginnen we met de laatste stelling.
“Hoe economen redeneren I: waarom de EU slecht/goed voor ons is” verder lezen

Albert Jolink: Samuelson versus Taleb is niet Keynes versus Tinbergen

Albert Jolink is een econoom die ook wel eens over de beroemde discussie tussen Keynes en Tinbergen heeft geschreven. Toen ik in het economenblad ESB een deel van die discussie verwerkte stuurde hij mij en het tijdschrift ESB een reactie. Volgens Jolink ging de Keynes-Tinbergen discussie over de vraag of investeringen nu wel of niet door de rente werden beïnvloed en dus niet over de vraag of je econometrie mocht of kon toepassen om de ‘waarheid’ over de economie te kunnen achterhalen. “Albert Jolink: Samuelson versus Taleb is niet Keynes versus Tinbergen” verder lezen

Mijn tweede baan (1979-1982)

Eerst maar weer eens iets over mijn eigen leven als econoom, of misschien was ik toch eigenlijk een econometrist. Eerder vertelde ik hoe mijn eerste empirische onderzoek mislukte (1976-1978). Ik wilde een hypothese van Tinbergen over de ontwikkeling van inkomensongelijkheid toetsen, maar er kwam niets uit of het verkeerde resultaat. Ik probeerde van alles, maar na twee jaar ploeteren was ik weer bij het begin van mijn onderzoek. Twee jaar lang was ik, als op een eiland, rondjes blijven draaien: er was geen hulp en ik zocht ook geen hulp. Ik voelde me mislukt als onderzoeker, maar kwam nog net niet in een depressie.

“Mijn tweede baan (1979-1982)” verder lezen

Paul Samuelson (1915-2009): uitvinder van de AOW?

Paul Samuelson (1915-2009), is volgens normen van de economische professie een van de grootste economen van de 20e eeuw met bijdragen op vrijwel alle deeldisciplines van de economie. Zo heeft hij het Samuelson-Stolper theorema (internationale handel) op zijn naam staan; hij heeft het overlappende-generatie model gepopulariseerd onder economen; hij heeft de voorwaarden voor Pareto-optimaal aanbod van collectieve goederen afgeleid (veelal de Samuelson-voorwaarde genoemd). Deze en andere bijdragen aan de economische wetenschap zijn gebaseerd op een kernachtige wiskundige formulering van een economisch idee. “Paul Samuelson (1915-2009): uitvinder van de AOW?” verder lezen

Over de onvoorspelbaarheid van het leven van de kip (en de financiële markt)

Als ik de Black Swan van Nassim Taleb 40 jaar geleden had kunnen lezen was ik misschien geen econometrie gaan studeren. Waar dit boek op neer komt is het idee dat waarnemingen van economische verschijnselen geen enkele betrouwbare informatie geven over de toekomstige ontwikkeling van deze economische verschijnselen. Eigenlijk gaat het boek niet alleen over economische verschijnselen, maar ik beperk me tot de economische werkelijkheid.

“Over de onvoorspelbaarheid van het leven van de kip (en de financiële markt)” verder lezen

Het econometrie-debat tussen Keynes en Tinbergen

De Nederlandse econoom Jan Tinbergen was één van de eersten die statistische methoden gebruikte om macro-economische relaties van ‘getallen te voorzien’. John Maynard Keynes (1883-1946) keurde deze empirische werkwijze in een discussie met Tinbergen af. Deze discussie heeft een iconische status gekregen en wordt nu nog, na bijna tachtig jaar besproken door economen.

“Het econometrie-debat tussen Keynes en Tinbergen” verder lezen

Sir Karl Popper, de confirmation bias en (klassieke) economen

Begin jaren 70 tijdens mijn studietijd las ik Karl Popper. Ik was onder de indruk van veel van zijn denkbeelden. Bijvoorbeeld dat de geschiedenis niet volgens wetmatige processen kan verlopen. Als het wel zo zou zijn, kunnen we het toch niet weten, want iedere gebeurtenis is weer uniek. Er is geen manier waarop een historische wetmatigheid getoetst zou kunnen worden.Als economische verschijnselen ook uniek zouden zijn, zouden er ook geen economische wetten kunnen bestaan.

“Sir Karl Popper, de confirmation bias en (klassieke) economen” verder lezen

Mijn eerste empirische onderzoek (1976-1978)

Na mijn afstuderen in 1976 als econometrist, kreeg ik een baan als tijdelijk wetenschappelijk medewerker bij de VU. Het idee was dat ik een proefschrift zou schrijven. Het onderzoek dat ik wilde doen was geïnspireerd door wie anders dan Jan Tinbergen. Tinbergen beweerde dat door de toename van het opleidingsniveau van de bevolking de inkomensongelijkheid in de maatschappij zou afnemen. Het is een misvatting, zo weet ik nu, maar toen wist ik dat nog niet.  “Mijn eerste empirische onderzoek (1976-1978)” verder lezen