Pluriforme economie, I

Vlak voor de zomer hebben economiestudenten uit Maastrichte gepleit voor meer pluriformiteit tot de academische economie-opleidingen. Het curriculum wordt al decennialang gedomineerd door de neoklassieke economie; andere scholen worden verwaarloosd. We citeren de studenten: “Kort samengevat is de neoklassieke school de stroming die de economie beschouwt als een groot spinneweb van transacties, die gedreven worden door de voorkeuren van alwetende, perfect rationele individuen.” Geen wonder, zo is de suggestie, dat economen de kredietcrisis niet zagen aankomen, met zo’n wereldvreemde kijk op de economie. Het nieuwe studiejaar is alweer begonnen en, in ieder geval in Tilburg, heeft de neoklassieke economie nog steeds een monopolie in het economie-onderwijs. Hoewel, lees het standaard macro-leerboek van Gregory Mankiw en je komt in bijna de helft van het boek de klassieken tegen. Maar er is zeker heel veel neo-klassiek in het onderwijsprogramma. Heb je wat aan de neo-klassieke theorie? Minder dan sommigen denken. Je kunt er niet mee voorspellen, zoals John Maynard Keynes 75 jaar geleden al onze eigen Jan Tinbergen (vader van het CPB) probeerde duidelijk te maken (tevergeefs). Het economische beleid heeft ook weinig aan de economische wetenschap en eigenlijk om dezelfde reden: je hebt niks aan de voorspellingen. Toch moeten we de prominente positie van de neoklassieke economie in het academisch economisch onderwijs handhaven. Een neoklassieke ‘theorie’ is niets meer dan een logische redenering, gebaseerd op een aantal uitgangspunten, die tot een bepaalde conclusie leidt. Dat wil niet zeggen dat op basis van deze theorie een eendimensionale beschrijving van de werkelijkheid volgt. Met de neoklassieke economie kun je alle kanten op, zoals we zullen zien.

Een gemeenschappelijke unie met een ‘partijdige’ overheid

C. Heeres vraagt zich af waarom een federaal Europa gewenst is. We hebben toch Angela Merkel: als Nederland zich ondergeschikt maakt aan Duitsland (zoals in wereldoorlog II?), dan is Nederland beter af dan als het zich ondergeschikt maakt aan een federaal Europa. Het is een interessante stelling, maar in het algemeen niet waar.  Laten we kijken naar de theorie en naar de praktijk. “Een gemeenschappelijke unie met een ‘partijdige’ overheid” verder lezen

Ongelijkheid, geluk en herverdeling

Er zijn mensen, zoals Sylvester Eijffinger die menen dat economen weigeren een uitspraak te doen over de verschillen in geluk tussen mensen. Het vergelijken van individueel geluk noemen economen interpersonele nutsvergelijking en is inderdaad een heikel onderwerp onder economen. Zoals Eijffinger min of meer stelt, raakte het vergelijken van nutten tussen mensen in de tijd van Vilfredo Pareto (1848-1923) in onbruik. Dat is grotendeels nog steeds zo, maar het vergelijken van inkomens tussen mensen is misschien wel nog nooit zo populair geweest als nu. “Ongelijkheid, geluk en herverdeling” verder lezen

Vergrijzing met de constante arrangementen van het CPB

Dit voorjaar kwam de laatste vergrijzingsstudie van het CPB uit in een lange rij van soortgelijke studies (achtereenvolgens uitgebracht in 1998, 2000, 2006, 2010 en 2014). Al die studies gingen over de vraag of het mogelijk zou zijn in de toekomst in dezelfde mate van dezelfde collectieve voorzieningen te genieten bij gelijkblijvende belastingtarieven. De vraag is wat onder ‘dezelfde mate’ verstaan moet worden. Neem de AOW. Volgens het CPB is in dezelfde mate genieten hier dat de AOW-uitkering even hard stijgt als de verdiende lonen. Dit is een aanname die het CPB steevast maakte, maar die vrijwel nooit opgeld deed: de AOW-uitkering kwam altijd lager uit dan voorspeld.

“Vergrijzing met de constante arrangementen van het CPB” verder lezen

Moeten we langer en harder werken?

Volgens Frank Kalshoven moeten wij Nederlanders meer gaan werken, meer uren maken, jonger beginnen met werken en veel later met pensioen gaan. In De Volkskrant van 24 mei 2014 zei hij dat de cao’s weer uit moeten gaan van een 60-urige werkweek. Letterlijk zei hij: “De economische groei zal omhoog gestuwd worden door meer uren te werken en meer te investeren, vooral in menselijk kapitaal.”  Economische groei bereik je volgens Kalshoven eenvoudig door zowel slimmer als harder te werken. Is dat zo?

“Moeten we langer en harder werken?” verder lezen

Peter Nijkamp als economisch onderzoeker

Peter Nijkamp had de reputatie van een economisch supertalent dat jaar in jaar uit tientallen artikelen produceerde en boeken deed verschijnen, totdat er ergens in 2013 deuken in zijn onkreukbare reputatie werden aangebracht. Er zou iets zijn met een promovenda van hem. Dit gerucht was echter maar een prelude tot meer. Nijkamp zelf, zo werd gesuggereerd, zou zich bezondigen aan plagiaat, zelfplagiaat en/of gewoon aan slechte wetenschap. Ikzelf heb altijd half en half bewondering gehad voor de productiviteit van Nijkamp. Die bewondering was echter gebaseerd op zijn reputatie, niet op het grondig lezen van zijn werk. Toen de ‘affaire Nijkamp’ in full swing was, besloot ik in recent academisch werk van hem (met Akrima Kourtit) te duiken. Hieronder het resultaat: een bespreking van drie artikelen. Het viel niet mee. “Peter Nijkamp als economisch onderzoeker” verder lezen

Adam Smith en de moraal in de economie volgens Tomas Sedlacek

Vrij algemeen wordt Adam Smith (1723-1790) als de aartsvader van de economische wetenschap gezien. Uit zijn beroemde boek The wealth of nations stamt het idee dat als mensen er op uit zijn hun eigen belang te bevorderen en met anderen tot transacties komen (via de markt) een optimaal resultaat wordt verkregen. De markt leidt via een ‘onzichtbare hand’ tot een zo hoog mogelijke welvaart. Maar volgens Tomas Sedlacek, in zijn boek Economics of good and evil, was Adam Smith niet de eerste met deze boodschap.

“Adam Smith en de moraal in de economie volgens Tomas Sedlacek” verder lezen

Migratie als vervanging voor de welvaartsstaat

We zeiden eerder dat allerhande regelingen in de EU, zoals de schuldenunie en de bankenunie, voor de lidstaten als een verzekering werkt. Je hoeft de EU echter niet zo sterk op te tuigen om toch een verzekering dankzij de economische integratie te krijgen. Als je bijvoorbeeld alleen maar vrij verkeer van werknemers hebt en verder niets dan heb je ook al een vorm van verzekering. Vrij verkeer van werknemers is altijd een van de grondgedachten van de EU geweest (zie hier waarom) en als dat goed zou werken, dan leidt dat dus tot winst door het wegnemen van economische onzekerheid en het ontlasten van het overheidsbudget. “Migratie als vervanging voor de welvaartsstaat” verder lezen

De bankenunie: een trein die niet meer te stoppen is

Sinds de krediet- en bankencrisis (2008) en de daarop volgende schulden- en eurocrisis (2010) gaat het debat tussen economen meer en meer over de EU. Voor die tijd was de houding tegenover de EU van neutraal tot positief. Er was bijvoorbeeld vrijwel geen Nederlandse econoom die zich negatief over de Europese grondwet uitliet. De econoom die dat wel deed werd als een soort querulant beschouwd. Slechts weinigen dachten dat er iets fout kon gaan in de EU.

“De bankenunie: een trein die niet meer te stoppen is” verder lezen

Hoe economen redeneren III: waarom loonmatiging goed/slecht voor ons is

In Nederland is heel lang loonmatiging als een na te streven beleidsdoel beschouwd. De reden daarvoor ligt voornamelijk in een CPB model (voor de fijnproevers: het jaargangenmodel) uit de jaren 70. In dat model zat een mechanisme waarbij als de lonen stegen de werkloosheid toenam. Meerdere generaties economen en politici zijn met dit ‘geloof’ opgegroeid en hebben gedacht dat loonmatiging goed zou zijn voor de economie. Maar er kwamen allengs tegengeluiden en inmiddels is loonmatiging niet meer een in beton gegoten beleidsparadigma.

“Hoe economen redeneren III: waarom loonmatiging goed/slecht voor ons is” verder lezen