Welke taken zijn voor de lidstaten en welke voor de unie? (College 2 EvdO)

Als een land eenmaal tot een unie is toegetreden, blijkt het vaak heel moeilijk te zijn daar weer uit te vertrekken (zie de burgeroorlog in de VS rond 1860, de Brexit, Tsjetsjenië dat zich los probeerde te maken van de Russische federatie). Lidstaten van een unie kunnen er nadeel van ondervinden als andere lidstaten de unie verlaten. Het is dan geen wonder dat de benadeelde lidstaten zoveel mogelijk uittrede zullen proberen te verhinderen, desnoods met geweld. Maar misschien is er echter ook een mogelijkheid om zonder geweld ontevreden lidstaten in de unie te houden, namelijk door ze meer beleidsvrijheid te gunnen.  “Welke taken zijn voor de lidstaten en welke voor de unie? (College 2 EvdO)” verder lezen

Waarom zijn er economische (en politieke) unies? (College 1 EvdO)

In de eerste drie colleges (zie hier voor een overzicht van alle colleges)  staat de internationale context voorop. In dit college gaat het om de vraag waarom overheden van landen er vrijwillig toe overgaan om lid te worden van een economische (of politieke) unie. Dit is een relevante en actuele vraag in de wereld waarin globalisering steeds belangrijker lijkt te worden, maar waarin de verschijnselen ‘Brexit’ en ‘Catalunya independencia’ juist de andere kant op lijken te wijzen. Is het in een globaliserende wereld voor een land beter om zelfstandig te blijven, of kan een land beter schuilen in een unie?

“Waarom zijn er economische (en politieke) unies? (College 1 EvdO)” verder lezen

Het CPB lijdt aan AOW-leeftijdskramp

Over de kosten van de AOW in 2060 heb ik afgelopen voorjaar flink wart buikkrampen gehad. Samen met David Hollanders had ik laten zien dat het CPB stelselmatig de toekomstige AOW-uitgaven overschat, omdat het CPB aanneemt dat de AOW-uitkering net zo hard of zelfs harder stijgt dan de productiviteitsgroei. Dat is de afgelopen 30 tot 40 jaar niet het geval geweest en als dat de komende 40 jaar ook niet het geval is, zullen de AOW-uitgaven veel lager zijn dan het CPB heeft uitgerekend: de AOW-uitgaven zullen dan een steeds kleiner deel van het nationaal inkomen in beslag nemen. Behalve dat het CPB de AOW-uitkering te hoog inschatte, ging ze ook uit van de veronderstelling dat bij een verhoging van de AOW-leeftijd ouderen makkelijker aan een baan zouden kunnen komen. Ook dat is een vrij zonderlinge aanname die op geen enkele wijze door de feitelijke ontwikkeling wordt gestaafd.

“Het CPB lijdt aan AOW-leeftijdskramp” verder lezen

Is een nationaal zorgfonds beter dan concurrerende zorgverzekeraars?

Zo nu en dan komt in Nederland het idee van een nationaal zorgfonds boven drijven dat in de plaats zou moeten komen van het huidige stelsel van concurrerende zorgverzekeraars. De grootste voorstander is de Socialistische Partij (SP). Welk probleem of welke problemen lost zo’n zorgfonds op? De SP laat zich daar niet over uit, zij willen gewoon het huidige stelsel niet langer. Daarom gaan wij eerst eens na welke problemen zorgverzekeringen gewoonlijk met zich meebrengen. Dan bekijken we of een nationaal fonds die problemen beter oplost dan het huidige stelsel. “Is een nationaal zorgfonds beter dan concurrerende zorgverzekeraars?” verder lezen

Pluriforme economie, I

Vlak voor de zomer hebben economiestudenten uit Maastrichte gepleit voor meer pluriformiteit tot de academische economie-opleidingen. Het curriculum wordt al decennialang gedomineerd door de neoklassieke economie; andere scholen worden verwaarloosd. We citeren de studenten: “Kort samengevat is de neoklassieke school de stroming die de economie beschouwt als een groot spinneweb van transacties, die gedreven worden door de voorkeuren van alwetende, perfect rationele individuen.” Geen wonder, zo is de suggestie, dat economen de kredietcrisis niet zagen aankomen, met zo’n wereldvreemde kijk op de economie. Het nieuwe studiejaar is alweer begonnen en, in ieder geval in Tilburg, heeft de neoklassieke economie nog steeds een monopolie in het economie-onderwijs. Hoewel, lees het standaard macro-leerboek van Gregory Mankiw en je komt in bijna de helft van het boek de klassieken tegen. Maar er is zeker heel veel neo-klassiek in het onderwijsprogramma. Heb je wat aan de neo-klassieke theorie? Minder dan sommigen denken. Je kunt er niet mee voorspellen, zoals John Maynard Keynes 75 jaar geleden al onze eigen Jan Tinbergen (vader van het CPB) probeerde duidelijk te maken (tevergeefs). Het economische beleid heeft ook weinig aan de economische wetenschap en eigenlijk om dezelfde reden: je hebt niks aan de voorspellingen. Toch moeten we de prominente positie van de neoklassieke economie in het academisch economisch onderwijs handhaven. Een neoklassieke ‘theorie’ is niets meer dan een logische redenering, gebaseerd op een aantal uitgangspunten, die tot een bepaalde conclusie leidt. Dat wil niet zeggen dat op basis van deze theorie een eendimensionale beschrijving van de werkelijkheid volgt. Met de neoklassieke economie kun je alle kanten op, zoals we zullen zien.

Een gemeenschappelijke unie met een ‘partijdige’ overheid

C. Heeres vraagt zich af waarom een federaal Europa gewenst is. We hebben toch Angela Merkel: als Nederland zich ondergeschikt maakt aan Duitsland (zoals in wereldoorlog II?), dan is Nederland beter af dan als het zich ondergeschikt maakt aan een federaal Europa. Het is een interessante stelling, maar in het algemeen niet waar.  Laten we kijken naar de theorie en naar de praktijk. “Een gemeenschappelijke unie met een ‘partijdige’ overheid” verder lezen

Ongelijkheid, geluk en herverdeling

Er zijn mensen, zoals Sylvester Eijffinger die menen dat economen weigeren een uitspraak te doen over de verschillen in geluk tussen mensen. Het vergelijken van individueel geluk noemen economen interpersonele nutsvergelijking en is inderdaad een heikel onderwerp onder economen. Zoals Eijffinger min of meer stelt, raakte het vergelijken van nutten tussen mensen in de tijd van Vilfredo Pareto (1848-1923) in onbruik. Dat is grotendeels nog steeds zo, maar het vergelijken van inkomens tussen mensen is misschien wel nog nooit zo populair geweest als nu. “Ongelijkheid, geluk en herverdeling” verder lezen

Vergrijzing met de constante arrangementen van het CPB

Dit voorjaar kwam de laatste vergrijzingsstudie van het CPB uit in een lange rij van soortgelijke studies (achtereenvolgens uitgebracht in 1998, 2000, 2006, 2010 en 2014). Al die studies gingen over de vraag of het mogelijk zou zijn in de toekomst in dezelfde mate van dezelfde collectieve voorzieningen te genieten bij gelijkblijvende belastingtarieven. De vraag is wat onder ‘dezelfde mate’ verstaan moet worden. Neem de AOW. Volgens het CPB is in dezelfde mate genieten hier dat de AOW-uitkering even hard stijgt als de verdiende lonen. Dit is een aanname die het CPB steevast maakte, maar die vrijwel nooit opgeld deed: de AOW-uitkering kwam altijd lager uit dan voorspeld.

“Vergrijzing met de constante arrangementen van het CPB” verder lezen

Moeten we langer en harder werken?

Volgens Frank Kalshoven moeten wij Nederlanders meer gaan werken, meer uren maken, jonger beginnen met werken en veel later met pensioen gaan. In De Volkskrant van 24 mei 2014 zei hij dat de cao’s weer uit moeten gaan van een 60-urige werkweek. Letterlijk zei hij: “De economische groei zal omhoog gestuwd worden door meer uren te werken en meer te investeren, vooral in menselijk kapitaal.”  Economische groei bereik je volgens Kalshoven eenvoudig door zowel slimmer als harder te werken. Is dat zo?

“Moeten we langer en harder werken?” verder lezen