Merkel/Macron: niet de Alexander Hamiltons van de EU

Bron: en.wikipedia.org

Wie het mooie, dikke boek van Ron Chernow over Alexander Hamilton (1755/57-1804) heeft gelezen, zal zich zeker de episode herinneren waarin beschreven wordt hoe Hamilton erin slaagde de schuld van de afzonderlijke staten te nationaliseren. Het staat beschreven in de hoofdstukken 15 en 16 van het boek.

Hamilton was in 1789 de eerste minister van financiën van de Verenigde Staten geworden onder president George Washington. Washington was de eerste president onder de nieuwe grondwet, aangenomen in 1787, waarin van de VS een federatie werd gemaakt.

Alexander Hamilton (AH) wilde een sterke federale overheid

Hamilton was een voorstander van een sterke federale overheid en was daarom met andere founding fathers pleitbezorger geweest voor een aanpassing van de eerste grondwet van de VS, de zogeheten Articles of Confederation, waarin vooral de staten een sterke rol hadden gekregen. Zijn standpunt was mede gevormd door zijn ervaringen in de revolutionaire oorlogen tegen de Britten waarbij de financiering van het leger voortdurend een probleem was. De afzonderlijke staten waren terughoudend met bijdragen aan de financiering van de revolutie tegen de Britten. Voor Hamilton was het duidelijk dat als de (toen) 13 staten hun eigen belang boven het belang van de unie bleven stellen, de VS geen sterk en welvarend land kon worden.

Na de oorlog met de Britten had de VS een schuld van 79 miljoen dollar, waarvan 54 miljoen dollar aangegaan door de nationale overheid en 25 miljoen dollar aangegaan door de staten. Hamilton noemde die schuld ‘de prijs van de vrijheid’. Een van zijn eerste doelen als minister was om alle schuld van de staten naar de federale overheid toe te trekken.

AH: schuld van de federale overheid kan heilzaam zijn

Schuld was niet noodzakelijk alleen maar een kostenpost. Dat leidde Hamilton af uit de ervaringen van het Verenigd Koninkrijk met overheidsschuld. Het VK had in de 18e eeuw een hoge overheidsschuld. Met het verkregen krediet had het VK een marinevloot weten op te bouwen, waarmee het zijn koloniale macht in de wereld wist uit te breiden.

De uitgegeven overheidsobligaties waren bovendien zo betrouwbaar dat die ook als geld konden dienen. Overheidsschuld had dus aan twee kanten een positief effect: zowel de overheid als de bezitters van de schuldpapieren konden er uitgaven mee doen. Schuld had dus niet noodzakelijk negatieve economische effecten.

… maar schuld moest wel af te lossen zijn

Er moest wel voldoende op te vertrouwen zijn dat de overheid te allen tijde aan zijn schuldverplichtingen kon voldoen.  Wij zouden nu zeggen dat overheidsschuld wel ‘houdbaar’ moet blijven. Dat wil zeggen dat er altijd voldoende (belasting)middelen moeten zijn om minstens de rente op de uitstaande obligaties te kunnen voldoen. Zo niet, dan zullen beleggers minder snel bereid zijn nieuwe obligaties van de overheid te kopen. Zij willen minstens een hogere rentevergoeding, waardoor al in omloop zijnde overheidsobligaties in waarde gaan dalen.

Hamilton wist dat ook en hij moest dus aan de (vrije) Amerikaanse burgers uitleggen dat ze belastingen moesten betalen voor het houdbaar blijven van de schuld. Dat was een moeilijk punt, want de revolutie tegen de Britten was nu juist begonnen met de Boston tea Party uit weerzin tegen de belastingen die de Amerikaanse kolonies waren opgelegd.

Maar als er niet voldoende belastingen geheven konden worden voor rentebetaling en schuldaflossing, zou de federale overheid niet langer beschouwd worden als een betrouwbare schuldenaar en moeilijk nieuwe schuld kunnen aangaan.

De (oude) nationale overheid was te weinig kredietwaardig

Dat was wat er gebeurde tijdens de periode van confederatie toen het idee was dat een losse federatie van staten de toekomst voor de VS zou worden. Het bleek niet te werken. Door het ontbreken van een sterke nationale overheid was het vertrouwen in de waardevastheid van de overheidsobligaties niet erg groot. Zoals gebruikelijk werd dit een self-fullfilling prophecy: toen Hamilton aantrad als minister in de eerste echte federale regering van de VS brachten de overheidsobligaties nog maar 15% van hun oorspronkelijke waarde op. Onder deze conditie zou de federale overheid niet lang als kredietwaardig bekend staan.

De nationale overheid van de VS was, tot de grondwetswijziging in 1787, in opzet te vergelijken met de huidige raad van ministers in de EU. Die overheid had weinig macht en aanzien.

Na de grondwetwijziging was er een duidelijke federale overheid met uitvoerend gezag. Het lag daarom voor de hand om, zodra George Washington als eerste gekozen president met zijn regering aantrad, de schuld te ‘nationaliseren’, ofte wel om alle schulden van de staten door de federale overheid over te laten nemen. Dat was dan ook wat minister Alexander Hamilton op 7 januari 1790 aan het kersverse congres voorstelde “after mature reflection on this point” (geciteerd uit Chernow’s boek Alexander Hamilton, blz. 298).

Zuid was tegen, Noord was voor nationalisatie van de schuld

Er waren allerlei redenen waarom nationalisatie van de schuld goed zou zijn voor de federatie als geheel. De staten, echter, reageerden op een wijze die ons hedendaagse EU-burgers bekend voorkomt. De zuidelijke staten waren tegen nationalisatie, omdat zij relatief lagere schulden hadden dan de noordelijke staten (in de EU is het in 2020 andersom!). Waarom moesten zij meebetalen aan de schuld van de noordelijke staten, terwijl zij zelf een groot deel van hun schuld hadden weggewerkt? Hadden de noordelijke staten niet beter eerst zelf hun zaakjes op orde moeten krijgen. Hamilton vocht dit standpunt aan. De noordelijke staten hadden inderdaad hoge schulden, maar daar waren ook de belangrijkste veldslagen geweest.   

De zuidelijke staten vreesden ook dat de overname van de schuld tot te veel macht voor de federale overheid zou leiden ten koste van het congres. Zij wensten dat de staten hun eigen schuldbeleid konden blijven voeren. Als alleen nog maar de federale overheid schuld kon aangaan, was dat een aantasting van de macht en de beleidsvrijheid van de staten. Nog beter was het als juist de federale overheid zo snel mogelijk zijn schuld zou aflossen.

Alexander Hamilton verliest eerst

De discussie over de schuld leek op een grote nederlaag voor Hamilton uit te draaien. Voor Hamilton was nationalisatie van de schuld noodzakelijk om de unie in leven te houden, maar in het congres leidde deze zaak tot grote verdeeldheid. Dat bleek uit een eerste stemming op 12 april 1790, waarin het voorstel van Hamilton werd weggestemd.

Er was echter nog een tweede strijdpunt dat het congres verdeeld hield, namelijk de vestigingsplaats van de hoofdstad. De noordelijke staten wilden New York als hoofdstad, terwijl de zuidelijke staten de hoofdstad in het zuiden wilden vestigen. Hamilton was een man van onwrikbare principes en daarom weinig geneigd compromissen te sluiten. Maar door de locatie van de nieuwe hoofdstad aan de zuidelijke staten te gunnen, bleek hij in staat alsnog de nationalisatie van de schuld binnen te halen.

… maar wint later toch in het Congres

Hierbij kreeg hij de eenmalige hulp van zijn collega minister en latere president Thomas Jefferson, die als zuiderling tegen een sterke federale overheid was, maar net als Hamilton het uiteenvallen van de unie op dit punt vreesde. Ook de latere president James Madison zorgde voor voldoende steun in het congres. Op 26 juli 1790 stemde het Congres in met de nationalisatie van de schuld.

Daarmee was de dominantie van de federale overheid voorgoed vastgelegd. Dit gold zowel het aangaan van schuld als het heffen van belastingen. Voor de staten waren die bevoegdheden juist door de nationalisatie van de schuld sterk teruggedraaid. De rest is geschiedenis. De VS is uitgegroeid tot een van de machtigste landen ter wereld, mede dankzij het versterken van de federale overheid door Alexander Hamilton.

Het herstelfonds van Merkel/Macron …

Bron: dgap.org

Dan gaan we nu over naar de huidige leiders van Duitsland en Frankrijk, Angela Merkel en Emmanuel Macron. Zij hebben (zie hier) voorgesteld in de EU een ‘herstelfonds’ op te richten met een omvang van 500 miljard euro. Dat fonds zal hulp bieden aan de landen die hard getroffen zijn door de corona-crisis.

Het bedrag van 500 miljard euro zal echter eerst op de kapitaalmarkt geleend moeten worden. Die leningen worden gedaan door de Europese Commissie (EC) en de EC zal die leningen later ook weer zelf aflossen. Daar moeten dan wel de middelen voor zijn en die zijn er niet met het huidige beperkte EU-budget. Daarom hebben Merkel en Macron ook voorgesteld de EU een grotere belastingcapaciteit te geven.

Sommigen hebben dit voorstel het Hamilton moment voor de EU genoemd, vergelijkbaar met de nationalisatie van de schuld in de VS in 1790. Anatole Kaletsky bijvoorbeeld zegt dat het voorstel tussen Merkel en Macron op een zekere dag erkend zou kunnen worden als het moment waarop de EU van een unie van staten overging in een echte politieke federatie, net zoals dat onder Hamilton/Jefferson gebeurde bij de nationalisatie van de schuld.

… is geen Hamilton moment

Dat is echter een groot misverstand. Om maar met het kleinste punt te beginnen, er is hier geen sprake van ‘nationalisatie’ van de schulden van de lidstaten. Er wordt hier nieuwe schuld uit naam van de EU aangegaan en de suggestie wordt gewekt dat de EU die zelf zal aflossen. Dat zal slechts schijn zijn, tenzij het budget van de EU sterk wordt verhoogd.

Verhoging van het EU-budget is echter minstens zo controversieel als het invoeren van de mogelijkheid door de EU om zelfstandig schulden aan te gaan. Hetzelfde geldt voor de verhoging van de belastingcapaciteit voor de EU. De lidstaten zijn weinig bereid de mogelijkheid om belastingen te heffen op hun eigen grondgebied, al is het maar voor een deel, over te dragen aan de EU.

Als het maar beperkt mogelijk wordt voor de EC eigen belastingen te heffen, dan is het aangaan van schuld een riskante onderneming zoals Hamilton al wist. Hij schreef immers: “het aangaan van schuld door de (federale) overheid dient altijd vergezeld te gaan van het creëren van de middelen om die schuld weer te kunnen aflossen” (Chernov, blz. 300). Zonder de mogelijkheid in de toekomst voldoende belastingen te heffen, met andere woorden, dreigt de schuld onhoudbaar te worden.

… want er is geen centrale overheid

Maar laten we van deze tegenwerpingen afzien. We nemen (heroïsch) aan dat of het budget van de EU voldoende zal worden verhoogd en/of de EC is altijd in staat voldoende belastingen te heffen om de schuld niet te laten exploderen. Is dan het Merkel/Macron voorstel alsnog het Hamilton moment voor de EU? Is Angela Merkel dan toch – in tegenstelling tot wat ik eerst dacht – een goede Europeaan?

Het antwoord is: nee. Kaletsky denkt namelijk ten onrechte dat de nationalisatie van de schuld de VS van een unie van staten transformeerde in een politieke federatie. Dat was al eerder gebeurd, namelijk bij de ondertekening van de nieuwe grondwet in 1787, waardoor de unie van vrijwel autonome staten werd vervangen door een unie met een federale overheid (zie hier).

.. en er is geen grondwet

De EU, daarentegen, heeft geen grondwet. De beoogde grondwet van de EU werd in 2005 door de bevolking van Nederland en Frankrijk weggestemd. Dat was terecht, want het transformeerde de EU van een unie van (tamelijk autonome) staten in een unie van (iets minder autonome) staten. De beoogde grondwet – inmiddels omgedoopt tot het verdrag van Lissabon – handhaafde kortom de patstellingen waarin de EU nog steeds dreigt te verkeren als er een crisis op de loer ligt, of het nou een kredietcrisis, een schuldcrisis, een vluchtelingencrisis of een coronacrisis is.

De grondwet van de VS die in 1787 de Articles of Conferderation verving, gaf de federale overheid macht zelfstandig beslissingen te nemen. Die beslissingen moesten natuurlijk wel door het Congres worden goedgekeurd. Dat Congres werd nog sterk gekleurd door de belangen van de staten, zoals uit de discussie over de nationalisering van de schuld bleek. De federale overheid was in het begin ook nog tamelijk klein. In het boek van Chernow wordt bijvoorbeeld verhaald hoe de eerste minister van defensie, Henry Knox, in het begin weinig meer te doen had dan kennis te maken met zijn enige secretaris en de enige klerk op zijn departement. Maar de federale overheid was er en Hamilton zorgde ervoor dat die federale overheid steeds meer instrumenten (voornamelijk belastingen en schuld) tot zijn beschikking kreeg, zodat er steeds meer beleid gemaakt kon worden.

In de EU zijn (sommige) lidstaten de baas

In de EU is die federale overheid er niet. Je kunt er dus ook niet meer instrumenten aan geven. Het blijven de lidstaten die het uiteindelijk voor het zeggen hebben, zoals wij al eerder vreesden.. Dat blijkt ook uit de reacties op het plan Merkel/Macron. De ‘vrekkige vier’ lidstaten komen met hun eigen plan, Italië en Spanje ook. Het (tamelijk onmachtige) Europese parlement komt ook met een plannetje, namelijk om een fonds met 2000 miljard euro te beginnen. Dat maakt sowiewo geen schijn van kans.

Kortom, de kans op een ouderwetse patstelling ligt er weer bovenop, tenzij de vrekkige vier zich door Duitsland en Frankrijk in hun hok laten drijven. Dat bewijst dan weer alleen maar dat niet ‘een’ federale overheid de macht heeft in de EU – want er is geen federale overheid – maar dat de macht in handen is van de sterkste en de grootste lidstaten. De EU is helaas meer te vergelijken met de periode van de confederatie in de VS dan met de periode van de federatie vanaf 1789. 

Slot

Er wordt beweerd dat Merkel en Macron bij hun voorstel voor het steunfonds vooral het belang van de EU op het oog hadden. Als het belang van de EU hun heilig was, hadden ze beter eerst een plan kunnen maken om de dominantie van de grote lidstaten te beëindigen. Nu bestendigen ze voornamelijk de situatie dat sommige lidstaten hun wil opleggen aan andere lidstaten. Wat de EU nodig heeft, zijn founding fathers (en mothers!!) die van de EU een echte federatie maken.

Door de corona-crisis had de EU een unie kunnen worden

…maar dat werd het (weer) niet, mede dankzij 60+ Nederlandse economen

Alle EU-lidstaten worden getroffen door het corona-virus en de economische schade zal voor alle lidstaten aanzienlijk zijn. De lidstaten passen alle hun eigen ingrepen toe om het virus te bestrijden. Er is geen enkele coördinatie op medisch gebied tussen de lidstaten. Ieder land doet wat het goeddunkt. Dan lijkt er ook geen enkele reden om de financiële gevolgen van deze crisis op Europees niveau te bestrijden. Omdat alle lidstaten ongeveer even hard getroffen worden, kunnen ze net zo goed de kosten zelf dragen. Toch? Nee, toch niet. Volgens de Zuid-Europese lidstaten, inclusief Frankrijk, moeten die kosten wel degelijk Europees gedragen worden.

De Nederlandse minister van financiën, Wopke Hoekstra, vond van niet. Volgens hem hebben de zuidelijke lidstaten verzuimd financiële buffers op te bouwen. Bijna heel Europa, inclusief meer dan 60 Nederlandse economen, vielen over dit gebrek aan empathie en solidariteit van de Nederlandse regering heen. Italië en Spanje waren zwaar getroffen door het virus, hoe durfde Nederland het dan over financiële buffers te hebben? Toch was dit het moment geweest om hervormingen in de EU te eisen. Helaas, Rutte en Hoekstra hebben die kans voorbij laten gaan, mede dankzij die 60+ economen.

Herverdeling van schuld tussen sterke en zwakke economieën

Waarom de Zuid-Europese lidstaten aandringen op een collectieve financiële oplossing en Nederland daar niet aan wilde, is duidelijk. De zuidelijke lidstaten komen niet zo makkelijk aan geld als de noordelijke lidstaten. Als de financiële oplossing door de EU als totaal wordt gedragen, profiteren de Zuid-Europese landen van de makkelijke beschikbaarheid van krediet die de Noord-Europese landen wel hebben, maar zij niet.

De Zuid-Europese lidstaten komen moeilijk aan krediet, omdat hun schuld al hoog is en omdat zij een zwakke economie hebben. Het risico voor beleggers is daarom hoog en zij eisen een hogere rentevoet dan bij de kredietwaardige, sterke Noord-Europese economieën. Bij een bestrijding van de gevolgen van de corona-crisis door de EU profiteren de zwakke landen van de sterke landen. Er vindt als het ware herverdeling van schuld plaats. Een deel van de (hoge) schuld in het zuiden wordt overgeheveld naar de (lage) schuld in het noorden.

De Noord-Europese landen kwamen niet massaal in opstand tegen de zienswijze van de zuidelijke lidstaten. Ook niet bondskanselier Angela Merkel, die wij overigens niet een echte Europeaan vinden. Alleen de Nederlandse regering verzette zich met hand en tand tegen deze herverdeling. Tegen deze houding van de Nederlandse regering zijn zelfs Nederlandse economen in opstand gekomen. Ook economen die tijdens de kredietcrisis voor uiterste zuinigheid gepleit hebben, vinden dat nu niet nodig.    

Bezuinigen in de kredietcrisis

Economen zijn, voor zover de lezer dat nog niet wist, vreemde wezens. Neem Bas Jacobs, hoogleraar openbare financiën aan de Erasmus Universiteit. Op 1 april 2010 publiceerde hij een opiniestuk in De Volkskrant samen met zijn confrater Lans Bovenberg. Zij beweerden dat de Nederlandse regering veel, misschien zelfs wel 65 miljard euro zou moeten bezuinigen (en wel direct) om de overheidsschuld weer houdbaar te maken. We zaten toen op het hoogtepunt van de kredietcrisis. De regering moest banken en bedrijven met vele miljarden euro’s op de been zien te houden, om te voorkomen dat de economie zou instorten.

Kennelijk beschouwden beleidsmakers het advies van Jacobs en Bovenberg (J&B) als een niet geheel geslaagde, morbide 1-aprilgrap, want zij deden er niets mee. Terecht, want hoewel opeenvolgende regeringen het advies van J&B niet opvolgden, was eind december 2019 de Nederlandse overheidsschuld voor het eerst sinds het begin van de kredietcrisis weer minder dan 50 procent van het nationaal inkomen.

Uitgeven in de corona-crisis

Precies tien jaar later doet Bas Jacobs opnieuw van zich horen. Op 1 april 2020 verscheen namelijk in de papieren krant van De Volkskrant een manifest dat, behalve door Jacobs, door ruim 60 andere economen, waaronder weer Lans Bovenberg, was ondertekend. Het is weer crisis. Dus vraagt hij de Nederlandse regering weer te bezuinigen, zoals exact tien jaar geleden? Nee, de opvattingen van Jacobs zijn, zeg maar, 180 graden gedaald. Op de eerste plaats hoeft de Nederlandse regering niet 65 miljard te bezuinigen, zoals in 2010 nog wel moest van J&B, maar mag de regering 65 miljard euro extra uitgeven.

Vraagt hij dan aan de Zuid-Europese landen om flink te bezuinigen? Die landen hebben op dit moment zeker geen houdbare schuld (althans bij een ‘normale’ rente). In ieder geval is hun overheidsschuld veel hoger dan die van Nederland in 2010 (zie hierna). Maar van J&B hoeven de Zuid-Europese landen niet te bezuinigen. Integendeel, hij vraagt aan de Nederlandse regering om die landen te helpen! Dit staat in het manifest: “Maar als misschien wel de meest open economie in de eurozone is het nu zaak om ons aan te sluiten bij een Europese aanpak. Het is ons eigen belang dat landen als Italië, maar ook Spanje en Portugal, de crisis effectief te lijf kunnen. En of we het leuk vinden of niet, de gemeenschappelijke valuta legt hier extra druk op.”

Door de euro wordt de EU een transferunie

Dat punt over de Europese valuta is natuurlijk juist. Ruim een jaar geleden betoogde ik (ook in De Volkskrant) dat de EU onvermijdelijk afstevent op een transferunie (zie hier voor een uitgebreide uitleg). Een transferunie betekent dat de sterke lidstaten de zwakke lidstaten onderhouden. Dat kan noodzakelijk zijn als de sterke economieën dankzij de gezamenlijke munt steeds sterker worden en de zwakke economieën juist steeds zwakker.

De reden is dat de gezamenlijke munt het voor de zwakke economieën onmogelijk maakt zich via devaluaties toch nog concurrerend te houden tegenover de sterke economieën. Ze prijzen zich, tegen wil en dank, uit de markt en zouden zonder hulp tot ultieme armoede vervallen met torenhoge schulden en tekorten op de lopende rekening. De kans dat ze die schulden en tekorten ooit nog kunnen terugbetalen, is erg klein.

De zwakke economieën ontvangen permanent ‘bijstand’

Een transferunie is te vergelijken met de bijstand in een land. Via de bijstand onderhouden de sterken de zwakken. In een land hoeven de mensen die bijstand van de overheid ontvangen dat later niet terug te betalen, zelfs niet als ze eventueel weer in goeden doen raken.

Zo is dat in een transferunie tussen landen ook. De landen die ‘bijstand’ ontvangen, ontvangen dat als een gift. Mochten ze ooit nog eens sterke economieën worden, dan betalen ze dat ook niet terug. Of de zwakke zuidelijke landen sterk worden, weten we niet. De structuur en de cultuur aldaar geeft echter weinig hoop dat zij ooit de achterstand op het sterke noorden kunnen inhalen.

Dat is dan ook een belangrijk kenmerk van een transferunie: de overdrachten van, in dit geval, de noordelijke lidstaten naar de zuidelijke lidstaten zullen permanent zijn. Daarmee moeten we ons verzoenen, of we moeten de EU verlaten (of de eurozone, maar je kunt niet de eurozone verlaten en toch in de EU blijven).

Of, we moeten de EU veranderen in een echte politieke unie.   

Hoe hoog is de overheidsschuld in de landen in Zuid Europa?

We moeten de Zuid-Europese landen steunen, of we willen of niet, omdat ze anders regelrecht op een faillissement afstevenen. Kijk naar het bijgevoegde plaatje waarin de ontwikkeling van de overheidsschuld (als percentage van het nationaal inkomen) van vier Zuid-Europese landen vergeleken wordt met de Nederlandse overheidsschuld over de periode 2008, het begin van de kredietcrisis, tot en met 2018, dus voor het begin van de corona-crisis. Bedenk bij het bekijken van het plaatje dat bij het verdrag van Maastricht in 1992 de lidstaten onderling hebben afgesproken dat ze hun schuld niet boven 60% van het nationaal inkomen zouden laten uitkomen.

Bron: Google.com/publicdata

Alleen Nederland voldoet aan de 60%-norm

Als we dit plaatje proberen te duiden, moeten we in het oog houden dat in een groot deel van deze periode de Europese Centrale Bank (ECB) door het aankopen van staatsobligaties (zie hier) de rente op overheidsschuld kunstmatig laag heeft gehouden, waardoor de rentelasten voor alle EU-landen, maar vooral voor de landen met hoge schulden, beperkt zijn gebleven. Zonder deze ingrepen van de ECB zou de schuld van de vier Zuid-Europese lidstaten al met grote knallen aan het exploderen zijn. Behalve indirecte steun van de ECB, heeft Griekenland leningen gekregen om zijn schuld en zijn economie op orde te brengen. In oktober van vorig jaar stond daar nog bijna 250 miljard euro van open (zie hier). Het lijkt niet waarschijnlijk dat Griekenland dat op korte termijn gaat aflossen, en op lange termijn ook niet.

We zien in het plaatje dat aan het begin van de kredietcrisis alleen Nederland en Spanje aan het verdrag van Maastricht voldeden. Daarna ging het in de vier Zuid-Europese lidstaten mis. De schuld steeg tussen 2008 en 2014 naar minstens 100% (Spanje) en maximaal zelfs tot 180% (Griekenland). Na 2014 keerde het economische tij en Portugal slaagde er in de schuld weer te verlagen – Spanje slaagde daar enigszins in – maar de 60%-norm voor de nationale schuld lijkt ver buiten bereik. Voor Italië en Griekenland bleek het zelfs moeilijk de schuld niet te laten stijgen. In Nederland, het is niet anders, zakte de schuld al in 2016 tot onder de 60%.

Het ESM is een verzekering, geen noodfonds

Het Europese StabiliteitsMechanisme (ESM) is opgericht nadat Griekenland rond 2010 niet meer op eigen kracht zijn overheidsschuld kon financieren. Het is een fonds dat met geld en garanties gevuld wordt door de eurolanden. Een land dat in aanmerking wil komen voor een lening moet zijn overheidsfinanciën snel op orde brengen door hervormingen en/of bezuinigingsmaatregelen. Daarmee is het ESM geen noodfonds, maar eerder een soort verzekering. Als je bijvoorbeeld een brandverzekering hebt, krijg je bij brand een uitkering als die brand buiten jouw schuld is uitgebroken. Als je zelf je huis in brand hebt gestoken, krijg je geen uitkering.

In de EU had Griekenland wel zelf zijn huis in brand gestoken, maar die onhandige actie zou dus gecorrigeerd moeten worden als het land hulp uit het ESM zou willen krijgen. De overheidsschuld als percentage van het nationaal inkomen zou moeten dalen. Als we naar het plaatje hierboven kijken, zien we dat het niet erg gelukt is. De schuld blijft rond de 180% zweven en er is geen duidelijke daling. Bedenk echter dat sinds Griekenland leningen kreeg van het ESM het nationaal inkomen per hoofd met een derde is gedaald. Zo bezien is het al een krachttoer om de schuld niet te laten stijgen.

Dit bewijst dat landen die geholpen willen worden door een noodlening van het ESM in feite eerst voor een deel hun economie moeten laten instorten door draconische bezuinigingsmaatregelen. Maar er is, gegeven het verzekeringskarakter van het ESM, geen andere optie. Eerst zal een lidstaat die om hulp vraagt van het ESM de reden voor het uit de hand lopen van zijn overheidsschuld uit de weg moeten ruimen. Die reden is meestal dat er te veel is uitgegeven.

… en dus heeft Italië geen recht op een uitkering

Bron: Chris Karidis op unsplash.com

Als je een brandverzekering neemt, betaal je een premie. Die premie is afhankelijk van de waarde van het verzekerde pand. Als je een grote villa hebt, zul je een hogere premie moeten betalen dan als je een klein appartement tegen brand verzekert. Als je veel premie betaalt, wil dat verder niet automatisch zeggen dat je een groot beroep op de verzekering mag doen als je dat zo uitkomt. Tenslotte kan een brandverzekering niet uitkeren als er bij alle verzekerden tegelijkertijd brand uitbreekt. Dan zou het verzekeringsfonds gauw failliet zijn. Deze simpele verzekeringsprincipes hebben de Italianen niet zo goed begrepen, of ze willen het niet begrijpen.

In een openhartig interview met De Volkskrant luchtte voormalig premier Enrico Letta zijn hart over de opstelling van Nederland bij de bestrijding van de corona-crisis. Volgens die opstelling zou noodhulp aan landen afhankelijk moeten zijn van het bestaan van financiële buffers in die landen. Inderdaad, precies volgens de gedachte van het ESM als een verzekering: als je de crisis niet kunt financieren omdat je je begroting niet op orde hebt, heb je ook geen recht op hulp. De Italianen zijn er niet in geslaagd hun schuld te verlagen (zie het plaatje hierboven) en dus mogen ze ook geen hulp krijgen, want dat zij problemen hebben de gevolgen van de corona-crisis te financieren, is hun eigen schuld.

maar de Italianen begrijpen het verzekeringskarakter van het ESM niet

Letta boos: hij vindt de redenering over de schuld een redenering vanuit de onderbuik en een verkeerde. Hij zegt: “(…) dit virus kent geen grenzen of paspoorten. Het treft zowel landen met een hoge staatsschuld, als landen met een lage staatsschuld en het heeft op iedere economie dezelfde, angstaanjagende invloed.” Dit is natuurlijk 100% waar, maar dit is precies een argument waarom het ESM niet ingezet kan worden: als alle huizen branden, gaat een verzekering immers failliet.

Letta zegt dan ook nog dit over het gebruik van het ESM: “Dat is een fonds waarin Italië driemaal zoveel geld heeft zitten als Nederland. We vragen dus niet om extra Nederlands geld. We vragen enkel om het gebruik van al bestaande Europese instrumenten.” Letta denkt dat, omdat Italië groter is, het automatisch recht heeft op hulp. Nee dus, als je groter bent krijg je een hogere uitkering als er zich buiten je schuld een ramp heeft voltrokken. Maar niet als iedereen dezelfde ramp heeft moeten ondergaan, zie boven.

Je hebt ook geen recht op geld als je er zelf schuld aan hebt dat je te weinig financiële middelen hebt om de kosten van de epidemie te betalen. Alle lidstaten van de EU hebben ongeveer dezelfde medische problemen. Het is dan vreemd als sommige lidstaten de financiële gevolgen zelf dragen en andere lidstaten een uitkering van de EU krijgen. Hoogstens zou een lidstaat die onevenredig zwaar getroffen is door het corona-virus het deel van de kosten dat hoger is dan de gemiddelde kosten vergoed kunnen krijgen. 

Als het ESM tijdens de corona-crisis geen verzekering is, is het dat nooit

Terug naar de 60+ prominente economen met J&B. Zij beschouwen het ESM kennelijk ook als een verzekering, want “landen moeten uiteraard hervormen en hun huishoudboekje op orde krijgen. Om dit te bewerkstelligen zullen we in de toekomst zeker van ons moeten laten horen. Maar nu is niet het moment voor die discussie.” Wat de economen vergeten in dit argument, is dat de afgelopen vijf jaar Italië, toen de economische situatie weer gunstiger werd, had kunnen hervormen, maar het niet gedaan heeft.

Sterker, de Italiaanse overheid heeft al meer dan 25 jaar een schuld die hoger is dan 100%. Al die tijd is er nauwelijks enige neerwaartse beweging in de schuld waar te nemen. Als er in de afgelopen 25 jaar niet hervormd is, waarom zal Italië dat in de toekomst wel doen, zoals de 60+-economen kennelijk hopen?  Is het niet eenvoudig zo dat de Italianen het niet willen en/of niet kunnen?

Kortom, als Wopke Hoekstra nu instemt met een overdracht van geld zonder voorwaarden, is de omzetting van het ESM van een verzekeringsfonds naar een transferfonds een feit. Bovendien motiveren transfers naar Zuid Europese lidstaten deze lidstaten niet om hun financiën op orde te brengen. De transfers zijn immers zonder voorwaarden vooraf en dus is er geen enkele aansporing om pijnlijke maatregelen te nemen.

Stimulerend beleid is wel nodig, maar dan centraal

Transfers van noord naar zuid bestendigen een situatie van een sterk economisch blok (Noord Europa) tegen een zwak economisch blok (Zuid Europa) in de EU. Beide partijen wentelen zich in hun rijkdom (Noord) en hun armoede (Zuid). Het Noorden koopt zijn schuldgevoel af met overdrachten aan het Zuiden. Het Zuiden gebruikt de transfers om niet te hoeven hervormen. Pro forma hangen aan de transfers strenge voorwaarden voor de ontvangende landen.

Er is echter geen mechanisme in de EU om die hervormingen af te dwingen. Daarvoor zou een centraal begrotingsbeleid nodig zijn, zoals ik eerder betoogde (zie hier). Dan kan een Europese minister van financiën landen die het slecht doen onder curatele brengen. In Nederland bestaat een dergelijke regeling: gemeenten in financiële problemen kunnen een aanvullende uitkering krijgen volgens artikel 12 van de financiële verhoudingswet. Aan die aanvullende uitkering betalen alle Nederlandse gemeenten mee.  

Toch vallen meestal maar weinig gemeenten onder de artikel 12-regeling, De reden is dat tegenover de aanvullende uitkering gemeenten een deel van hun zelfstandigheid moeten opgeven. Dat is kennelijk een zo weinig aanlokkelijk perspectief dat gemeenten liever proberen te vermijden in aanmerking te komen voor de artikel-12 status.

Maar een centraal begrotingsbeleid komt er niet

Met toestemming overgenomen van mirjamvissers.nl

Wopke Hoekstra, minister van financiën, had de sleutel in handen om belangrijke hervormingen in de EU af te dwingen. Er was een unieke kans om van de EU op begrotingsterrein een ‘echte’ unie te maken. Onder druk van de zuidelijke lidstaten en 60+ Nederlandse economen was  het enige dat hij wist af te dwingen, volgens De Volkskrant het volgende:  “Zodra de corona-crisis voorbij is, worden ‘alle eurolanden’ (niet alleen degene die lenen) geacht de Europese begrotingsregels weer na te leven.” Let op het woord: “geacht”. Ook voor de corona-crisis werden de eurolanden al geacht de regels na te leven, maar ze deden het niet. Waarom dan na de corona-crisis wel als er toch geen autoriteit in de EU komt die dat zou kunnen afdwingen?

Inderdaad, de EU is en blijft een transferunie.

De EU wordt een transferunie

Toen Griekenland in 2010 problemen kreeg door een extreem hoge overheidsschuld, werd binnen de kortste keren een tijdelijk fonds opgericht, het ESM geheten, om de Griekse overheid van ‘zachte’ leningen te voorzien. De Europese Commissie wil dat fonds nu gaan uitbouwen tot een permanent fonds dat overdrachten geeft aan lidstaten in (tijdelijke) financiële en/of economische problemen. Daarmee zou de EU een transferunie worden die economische schokken voor lidstaten opvangt door tijdelijke leningen. De Nederlandse minister van financiën, Wopke Hoekstra, mobiliseerde een aantal kleinere lidstaten om zich tegen zo’n ‘schokfonds’ te verzetten. Het mocht niet baten: op 4 december 2018 besloten de EU-ministers van financiën tot de oprichting van dat fonds en dat fonds zal bovendien niet alleen tijdelijke schokken opvangen, maar rijke lidstaten van de EU zullen via dit fonds arme lidstaten permanent onderhouden. “De EU wordt een transferunie” verder lezen

Belastingconcurrentie (College 7: EvdO)

Belastingconcurrentie doet zich voor als min of meer vergelijkbare landen azen op eenzelfde soort ‘kapitaal’. Dat kapitaal kan bestaan uit hoog opgeleide specialisten, het kan een fabriek zijn, een groot multinationaal bedrijf, zoals Starbucks, het kan ook het hoofkantoor van een bedrijf zoals Unilever zijn, maar het kan ook gewoon mensen met (veel) geld zijn. We beperken ons hier tot niet-menselijk fysiek kapitaal. De vragen zijn hoe overheden met belastingmiddelen fysiek kapitaal proberen aan te trekken en of dat een welvaartsverhogende activiteit is. Het antwoord op de laatste vraag zal bijna altijd negatief zijn.

“Belastingconcurrentie (College 7: EvdO)” verder lezen

Verkiezingen en stemmen in de (Europese) Unie (College 3 EvdO)

Het Nederlandse parlement heeft wetgevende bevoegdheid. Als een wet door het parlement is aangenomen, is deze ook van kracht. Als je als kiezer voor, bijvoorbeeld, een verlaging van de belastingtarieven bent, dan stem je bij de parlementsverkiezingen op een politieke partij die daar ook voor is. Als die partij dan groot genoeg is en een meerderheid in het parlement weet te mobiliseren voor lagere belastingtarieven, dan ben je als kiezer in je missie geslaagd. Geldt dat ook bij verkiezingen voor het Europese parlement? “Verkiezingen en stemmen in de (Europese) Unie (College 3 EvdO)” verder lezen

Welke taken zijn voor de lidstaten en welke voor de unie? (College 2 EvdO)

Als een land eenmaal tot een unie is toegetreden, blijkt het vaak heel moeilijk te zijn daar weer uit te vertrekken (zie de burgeroorlog in de VS rond 1860, de Brexit, Tsjetsjenië dat zich los probeerde te maken van de Russische federatie). Lidstaten van een unie kunnen er nadeel van ondervinden als andere lidstaten de unie verlaten. Het is dan geen wonder dat de benadeelde lidstaten zoveel mogelijk uittrede zullen proberen te verhinderen, desnoods met geweld. Maar misschien is er echter ook een mogelijkheid om zonder geweld ontevreden lidstaten in de unie te houden, namelijk door ze meer beleidsvrijheid te gunnen.  “Welke taken zijn voor de lidstaten en welke voor de unie? (College 2 EvdO)” verder lezen

Waarom zijn er economische (en politieke) unies? (College 1 EvdO)

In de eerste drie colleges (zie hier voor een overzicht van alle colleges)  staat de internationale context voorop. In dit college gaat het om de vraag waarom overheden van landen er vrijwillig toe overgaan om lid te worden van een economische (of politieke) unie. Dit is een relevante en actuele vraag in de wereld waarin globalisering steeds belangrijker lijkt te worden, maar waarin de verschijnselen ‘Brexit’ en ‘Catalunya independencia’ juist de andere kant op lijken te wijzen. Is het in een globaliserende wereld voor een land beter om zelfstandig te blijven, of kan een land beter schuilen in een unie?

“Waarom zijn er economische (en politieke) unies? (College 1 EvdO)” verder lezen

Een gemeenschappelijke unie met een ‘partijdige’ overheid

C. Heeres vraagt zich af waarom een federaal Europa gewenst is. We hebben toch Angela Merkel: als Nederland zich ondergeschikt maakt aan Duitsland (zoals in wereldoorlog II?), dan is Nederland beter af dan als het zich ondergeschikt maakt aan een federaal Europa. Het is een interessante stelling, maar in het algemeen niet waar.  Laten we kijken naar de theorie en naar de praktijk. “Een gemeenschappelijke unie met een ‘partijdige’ overheid” verder lezen

De bankenunie: een trein die niet meer te stoppen is

Sinds de krediet- en bankencrisis (2008) en de daarop volgende schulden- en eurocrisis (2010) gaat het debat tussen economen meer en meer over de EU. Voor die tijd was de houding tegenover de EU van neutraal tot positief. Er was bijvoorbeeld vrijwel geen Nederlandse econoom die zich negatief over de Europese grondwet uitliet. De econoom die dat wel deed werd als een soort querulant beschouwd. Slechts weinigen dachten dat er iets fout kon gaan in de EU.

“De bankenunie: een trein die niet meer te stoppen is” verder lezen

Hoe economen redeneren I: waarom de EU slecht/goed voor ons is

Economen hebben altijd gelijk. Welke stelling ze ook aanhangen, als hun conclusies logisch volgen uit hun veronderstellingen, valt er geen speld tussen hun redenering te krijgen. Dat is een traditie die teruggaat tot de klassieke economen van de vroeg 19e eeuw. Zij zagen de economie als een wetenschap die, uitgaande van ‘ware postulaten’, wetmatigheden afleidde. Deze deductieve methode betekent dat geen enkel waarneembaar feit ooit een bevestiging, maar ook geen weerlegging van de theorie kan opleveren. Zo kunnen economen met evenveel kracht bewijzen dat een economische unie als de EU goed is voor de lidstaten als dat de EU slecht is voor de lidstaten. Beginnen we met de laatste stelling.
“Hoe economen redeneren I: waarom de EU slecht/goed voor ons is” verder lezen