Ewald Engelen over de economische wetenschap

Wat voor een wetenschap is economie eigenlijk en hoe wordt aan studenten overgedragen? We kunnen voor het antwoord te rade gaan bij columnist Ewald Engelen. Dit is wat hij zegt over hoe economie gedoceerd wordt aan de Nederlandse universiteiten: “Sterker dan in ons omringende landen is in Nederland economie een monotheoretische discipline en wordt de Nederlandse economiebeoefening gedomineerd door mathematica. En groter dan elders is in Nederland de kloof tussen economische werkelijkheid en economische theorie: het model wordt voor de realiteit geschoven.” Deze quote roept veel vragen op. “Ewald Engelen over de economische wetenschap” verder lezen

Pluriforme economie, I

Vlak voor de zomer hebben economiestudenten uit Maastrichte gepleit voor meer pluriformiteit tot de academische economie-opleidingen. Het curriculum wordt al decennialang gedomineerd door de neoklassieke economie; andere scholen worden verwaarloosd. We citeren de studenten: “Kort samengevat is de neoklassieke school de stroming die de economie beschouwt als een groot spinneweb van transacties, die gedreven worden door de voorkeuren van alwetende, perfect rationele individuen.” Geen wonder, zo is de suggestie, dat economen de kredietcrisis niet zagen aankomen, met zo’n wereldvreemde kijk op de economie. Het nieuwe studiejaar is alweer begonnen en, in ieder geval in Tilburg, heeft de neoklassieke economie nog steeds een monopolie in het economie-onderwijs. Hoewel, lees het standaard macro-leerboek van Gregory Mankiw en je komt in bijna de helft van het boek de klassieken tegen. Maar er is zeker heel veel neo-klassiek in het onderwijsprogramma. Heb je wat aan de neo-klassieke theorie? Minder dan sommigen denken. Je kunt er niet mee voorspellen, zoals John Maynard Keynes 75 jaar geleden al onze eigen Jan Tinbergen (vader van het CPB) probeerde duidelijk te maken (tevergeefs). Het economische beleid heeft ook weinig aan de economische wetenschap en eigenlijk om dezelfde reden: je hebt niks aan de voorspellingen. Toch moeten we de prominente positie van de neoklassieke economie in het academisch economisch onderwijs handhaven. Een neoklassieke ‘theorie’ is niets meer dan een logische redenering, gebaseerd op een aantal uitgangspunten, die tot een bepaalde conclusie leidt. Dat wil niet zeggen dat op basis van deze theorie een eendimensionale beschrijving van de werkelijkheid volgt. Met de neoklassieke economie kun je alle kanten op, zoals we zullen zien.

Peter Nijkamp als economisch onderzoeker

Peter Nijkamp had de reputatie van een economisch supertalent dat jaar in jaar uit tientallen artikelen produceerde en boeken deed verschijnen, totdat er ergens in 2013 deuken in zijn onkreukbare reputatie werden aangebracht. Er zou iets zijn met een promovenda van hem. Dit gerucht was echter maar een prelude tot meer. Nijkamp zelf, zo werd gesuggereerd, zou zich bezondigen aan plagiaat, zelfplagiaat en/of gewoon aan slechte wetenschap. Ikzelf heb altijd half en half bewondering gehad voor de productiviteit van Nijkamp. Die bewondering was echter gebaseerd op zijn reputatie, niet op het grondig lezen van zijn werk. Toen de ‘affaire Nijkamp’ in full swing was, besloot ik in recent academisch werk van hem (met Akrima Kourtit) te duiken. Hieronder het resultaat: een bespreking van drie artikelen. Het viel niet mee. “Peter Nijkamp als economisch onderzoeker” verder lezen

Sir Karl Popper, de confirmation bias en (klassieke) economen

Begin jaren 70 tijdens mijn studietijd las ik Karl Popper. Ik was onder de indruk van veel van zijn denkbeelden. Bijvoorbeeld dat de geschiedenis niet volgens wetmatige processen kan verlopen. Als het wel zo zou zijn, kunnen we het toch niet weten, want iedere gebeurtenis is weer uniek. Er is geen manier waarop een historische wetmatigheid getoetst zou kunnen worden.Als economische verschijnselen ook uniek zouden zijn, zouden er ook geen economische wetten kunnen bestaan.

“Sir Karl Popper, de confirmation bias en (klassieke) economen” verder lezen

Mijn eerste empirische onderzoek (1976-1978)

Na mijn afstuderen in 1976 als econometrist, kreeg ik een baan als tijdelijk wetenschappelijk medewerker bij de VU. Het idee was dat ik een proefschrift zou schrijven. Het onderzoek dat ik wilde doen was geïnspireerd door wie anders dan Jan Tinbergen. Tinbergen beweerde dat door de toename van het opleidingsniveau van de bevolking de inkomensongelijkheid in de maatschappij zou afnemen. Het is een misvatting, zo weet ik nu, maar toen wist ik dat nog niet.  “Mijn eerste empirische onderzoek (1976-1978)” verder lezen

Wat voor een wetenschap is economie?

De geboorte vond plaats in 1776 met het verschijnen van het boek The Wealth of Nations geschreven door Adam Smith (1723-1790). Dit was een briljant boek waarin voor het eerst het idee werd geformuleerd dat de ‘vrije markt’ onder sommige omstandigheden tot een optimaal resultaat leidt. Dit idee heeft de economie sindsdien niet meer verlaten, al zijn de omstandigheden waaronder de markt goed werkt, nu beter geformuleerd. Het is nu ook duidelijk dat soms markten helemaal niet werken. “Wat voor een wetenschap is economie?” verder lezen

De ineenstorting van de huizenmarkt was te voorspellen

In 2000 schreven twee economen een stukje voor het Nederlandse economenblad ESB waarin ze beweerden dat als je de ‘financiële benadering’ gebruikte het helder was dat de pensioenfondsen vermogensoverschotten hadden. Zij schatten die op ongeveer 80 miljard euro. Veel economen dachten toen dat de bomen definitief de hemel in zouden groeien.

“De ineenstorting van de huizenmarkt was te voorspellen” verder lezen