Laten we een basisinkomen voor ouderen invoeren

De AOW-leeftijd van 65 jaar was lange tijd onwrikbaar in Nederland. De eerste kras kwam in het begin van de jaren 80 met de vervroegde-uittredingsregelingen (VUT). Hierdoor konden veel mensen al rond hun 60e jaar met pensioen. Maar 10 jaar geleden begon de slinger de andere kant op te zwaaien: voor jongeren is nu de verwachte AOW-leeftijd 71 jaar, of hoger. De huidige ouderen gaan al veel later met pensioen dan 10 jaar geleden, maar veel ouderen die werkeloos zijn geworden kunnen nauwelijks een nieuwe baan vinden. Mensen in zware beroepen, daarentegen, hebben moeite gezond de pensioenleeftijd te halen. Het lijkt aannemelijk dat deze verschijnselen (hoge werkloosheid onder ouderen, problemen voor ouderen in zware beroepen) met de hogere AOW-leeftijd te maken hebben. Een basisinkomen voor ouderen dat op 65-jarige leeftijd begint, zou een beter alternatief zijn dan het voortdurend verhogen van de AOW-leeftijd en zou, als het meezit, zelfs geld kunnen opbrengen. “Laten we een basisinkomen voor ouderen invoeren” verder lezen

Het ‘spookcijfer’ van premier Rutte dat het pensioenakkoord deed mislukken

De onderhandelingen over het pensioenakkoord dat de sociale partners, werkgevers en werknemers, met de regering wilde sluiten zijn in november 2018 mislukt. De FNV kreeg de schuld, zie nu.nl. Het aandeel van de regering in zo’n akkoord zou, onder meer, het deels terug draaien van de verhoging van de AOW-leeftijd zijn. Dat kostte volgens premier Rutte 6 miljard euro, structureel en direct te voldoen. Waar kwam die 6 miljard euro vandaan? Wie had dat berekend? Het was een spookcijfer. Lees daarover op de economenwebsite Me Judice dat die 6 miljard euro net zo goed veel lager had kunnen zijn, op zijn hoogst zelfs 4 miljard euro. Hieronder geef ik voor de geïnteresseerde lezer de gedetailleerde berekeningen voor het stuk in Me Judice. “Het ‘spookcijfer’ van premier Rutte dat het pensioenakkoord deed mislukken” verder lezen

Met quasi-berekeningen schept het CPB een generatiekloof

Als de AOW-leeftijd op 66 jaar wordt bevroren, in plaats van die te laten stijgen tot 67 jaar en verder, dan is dat potverteren op kosten van de jongeren, zo meldde De Volkskrant. De pensioenpot zal door dit soort maatregelen eerder leeg raken. Hoe weet de krant dat? Ik vermoed door berekeningen van het CPB. Dit instituut waarschuwde diverse malen voor de onhoudbaarheid van de AOW en creëerde zo een kunstmatige oud-jong tegenstelling en tevens het excuus voor de afbraak van de AOW. “Met quasi-berekeningen schept het CPB een generatiekloof” verder lezen

Het CPB lijdt aan AOW-leeftijdskramp

Over de kosten van de AOW in 2060 heb ik afgelopen voorjaar flink wart buikkrampen gehad. Samen met David Hollanders had ik laten zien dat het CPB stelselmatig de toekomstige AOW-uitgaven overschat, omdat het CPB aanneemt dat de AOW-uitkering net zo hard of zelfs harder stijgt dan de productiviteitsgroei. Dat is de afgelopen 30 tot 40 jaar niet het geval geweest en als dat de komende 40 jaar ook niet het geval is, zullen de AOW-uitgaven veel lager zijn dan het CPB heeft uitgerekend: de AOW-uitgaven zullen dan een steeds kleiner deel van het nationaal inkomen in beslag nemen. Behalve dat het CPB de AOW-uitkering te hoog inschatte, ging ze ook uit van de veronderstelling dat bij een verhoging van de AOW-leeftijd ouderen makkelijker aan een baan zouden kunnen komen. Ook dat is een vrij zonderlinge aanname die op geen enkele wijze door de feitelijke ontwikkeling wordt gestaafd.

“Het CPB lijdt aan AOW-leeftijdskramp” verder lezen

Vergrijzing met de constante arrangementen van het CPB

Dit voorjaar kwam de laatste vergrijzingsstudie van het CPB uit in een lange rij van soortgelijke studies (achtereenvolgens uitgebracht in 1998, 2000, 2006, 2010 en 2014). Al die studies gingen over de vraag of het mogelijk zou zijn in de toekomst in dezelfde mate van dezelfde collectieve voorzieningen te genieten bij gelijkblijvende belastingtarieven. De vraag is wat onder ‘dezelfde mate’ verstaan moet worden. Neem de AOW. Volgens het CPB is in dezelfde mate genieten hier dat de AOW-uitkering even hard stijgt als de verdiende lonen. Dit is een aanname die het CPB steevast maakte, maar die vrijwel nooit opgeld deed: de AOW-uitkering kwam altijd lager uit dan voorspeld.

“Vergrijzing met de constante arrangementen van het CPB” verder lezen

Paul Samuelson (1915-2009): uitvinder van de AOW?

Paul Samuelson (1915-2009), is volgens normen van de economische professie een van de grootste economen van de 20e eeuw met bijdragen op vrijwel alle deeldisciplines van de economie. Zo heeft hij het Samuelson-Stolper theorema (internationale handel) op zijn naam staan; hij heeft het overlappende-generatie model gepopulariseerd onder economen; hij heeft de voorwaarden voor Pareto-optimaal aanbod van collectieve goederen afgeleid (veelal de Samuelson-voorwaarde genoemd). Deze en andere bijdragen aan de economische wetenschap zijn gebaseerd op een kernachtige wiskundige formulering van een economisch idee. “Paul Samuelson (1915-2009): uitvinder van de AOW?” verder lezen