Eerlijk gezegd voelde ik wel leedvermaak vorige week toen de ‘prominente economen’ Barbara Baarsma en Coen Teulings met de staart tussen de benen afdropen en hun plan om “Nederland open te gooien” niet langer wilden verdedigen. Dat was nadat Arjen Lubach hen zeer effectief belachelijk had gemaakt. Hoe konden zulke ervaren economen zich zo vergalopperen?, vroeg men zich af. De vraag alleen al toont de eerbied voor economen. die er kennelijk bestaat in Nederland. Ten onrechte, economen kunnen beter hun mond houden over zaken waar ze geen verstand van hebben. Zelfs over zaken waar ze wel verstand van hebben, hebben ze bloopers op hun naam staan.

Economie is geschiedkunde

Economie is een mooi vak (en dat meen ik), want het geeft je een manier van denken over de wereld die je helpt sommige problemen te begrijpen. Helaas levert de economische wetenschap geen inzicht in ‘de’ waarheid op. Daarvoor is de economie te veel een geschiedkunde. Je kijkt naar dingen die in het verleden zijn gebeurd en die zich waarschijnlijk nooit meer op dezelfde wijze zullen herhalen. Net als historische gebeurtenissen. Er was maar één Napoleon, één Stalin, één Hitler, enzovoorts. Hoewel ze wel overeenkomsten hadden, zullen we toch nooit weten wat er gebeurd zou zijn als Napoleon in Rusland, Stalin in Oostenrijk en Hitler in Frankrijk was geboren.

Daar komt een crisis aan.
Bron: pixabay.com

Zo is het ook met economische gebeurtenissen. Neem de kredietcrisis die rond 2008 de wereld in zijn greep kreeg. Weinig economen zagen die aankomen. Je kunt het de meesten van hen niet kwalijk nemen, want de kredietcrisis was een unieke gebeurtenis. Het was zoiets als de inslag van een meteoriet op aarde: vrijwel onmogelijk die gebeurtenis (op tijd) te voorspellen. Zeker, er waren economen – waaronder uw nederige dienaar – die stukjes van die meteoriet wel hadden gezien, maar de inslag was toch veel kolossaler dan je je kon voorstellen.

Toch denken economen alles te kunnen verklaren   

Econoom ziet zichzelf in de spiegel.
Bron: pixaby.com

Ik heb zelf jarenlang onder economen vertoefd. Mij lijkt het dat er geen beroepsgroep is die zichzelf zo overschat als de economen. Als een econoom in de spiegel kijkt, ziet hij een koning.  Ten onrechte, want economen weten vaak pas achteraf wat er aan de hand was. Natuurlijk is het handig om te weten hoe we de kredietcrisis hadden kunnen voorkomen als we van tevoren de juiste kennis hadden gehad. Maar die kennis hadden we niet. Grote, unieke gebeurtenissen kondigen zich zelden aan. Datzelfde gold voor de crisis waar we nu in zitten, de coronacrisis. Dat is natuurlijk een gezondheidscrisis, maar wie zegt dat economen niets van gezondheidscrises weten. Economen weten namelijk alles: zij zijn wetenschappelijke imperialisten!

Daarom moet het voor ‘vooraanstaande’ economen als (in alfabetische volgorde) Barbara Baarsma, Bas Jacobs en Coen Teulings een gruwel zijn dat niet zij in het Outbreak Management Team zitten en zaten, maar alleen maar medici als Jaap van Dissel, Diederik Gommers en Marion Koopmans. Ik kan me zo voorstellen dat zij zo nu en dan gedacht moeten hebben: “Waarom zij wel en wij niet? Wat weten die twee heren en één dame nu van de economische effecten van virusbestrijding?” Inderdaad, daar weten zij niets van, maar weten economen dat zelf dan wel?.  

De kosten en baten van de bestrijding van de corona-epidemie

Economen kunnen ons helpen bij de ‘optimale’ bestrijding van de corona-epidemie. Namelijk: bij beleidsbeslissingen (bijvoorbeeld, wel of geen lockdown, of: wel of niet de scholen sluiten) gaat het steeds om een afweging van baten en kosten. Zo zijn de baten van een lockdown dat er mensenlevens worden gered, maar de kosten zijn dat er minder geproduceerd kan worden.

Robin Fransman.
Foto door Vera de Kok
Bron: nl.wikimedia.org

Die baten en kosten moet je tegen elkaar afwegen. Vervolgens moet je die beslissing nemen die het positieve verschil tussen baten en kosten zo groot mogelijk maakt. Lees wat Robin Fransman over zo’n kosten-batenanalyse beweerde, nu bijna een jaar geleden. Hij zegt eerlijk dat een heleboel baten en kosten niet in geld zijn uit te drukken, zoals bijvoorbeeld de eenzaamheid van ouderen in een verpleeghuis, of de kosten van onderwijsachterstanden. Aan de batenkant is er de winst op lange termijn dat we beter leren hoe we met een epidemie moeten omgaan. Ook dat kunnen we niet goed in geld uitdrukken.

Als de cijfers kloppen zijn de kosten te hoog en de baten zijn te laag

Maar, aldus Fransman, er zijn ook baten en kosten die we wel goed kunnen inschatten. Hij schat dat de maatregelen zo’n 100.000 levensjaren kunnen redden. Aan de kostenkant kan het verlies aan nationaal inkomen op 40 miljard euro worden geschat. Dus, zegt Fransman, ieder gered levensjaar kost 400.000 euro en dat kan niet optimaal zijn. Als de getallen kloppen, heeft Fransman honderd procent gelijk. Als het resultaat van de maatregelen is dat je levensjaren moet redden voor 400.000 euro per levensjaar, dan zijn we duidelijk het doel voorbij geschoten. We zijn het er met zijn allen over eens, aldus Fransman, dat een levensjaar nooit zoveel waard kan zijn. In ieder geval zouden we, als dit bedrag de standaard zou worden voor de rechtvaardiging van medische ingrepen, binnen een paar jaar door ons geld heen zijn.

Conclusie, als de cijfers kloppen, dan gaan we te ver (of we zijn te ver gegaan) in onze bestrijding van de pandemie. Maar kloppen de cijfers? Ik zal als amateur op dit gebied er ook eens een berekening op los laten. Op dit moment zijn er in Nederland minstens 15.500 mensen aan het coronavirus overleden. Deze mensen hadden, als het coronavirus ons niet had getroffen, langer geleefd. Hoeveel langer weten we natuurlijk niet, maar Peter B. Bach vermeldde recent dat de gemiddelde coronadode twaalf jaar langer had kunnen leven zonder corona. Het lijkt me onwaarschijnlijk lang, maar wie ben ik om dat tegen te spreken? Laten we het voorzichtigheidshalve maar op tien jaar houden. Dan hebben we in Nederland door het coronavirus inmiddels 155.000 levensjaren verloren.

Er was geen goedkoper alternatief voor de te dure lockdown

Maar dat is niet wat we willen weten. We willen weten hoeveel levensjaren er gered zijn door de lockdown het afgelopen jaar. Om dat te weten zouden we het aantal coronadoden moeten tellen als er geen of minder strenge maatregelen zouden zijn genomen door het kabinet. Dat weten we natuurlijk niet, maar we zouden misschien een enigszins vergelijkbaar land kunnen nemen dat minder streng is geweest het afgelopen jaar. Dat land is gauw gevonden: de VS onder corona-ontkenner Donald Trump. Het min of meer ontbreken van consistent anti-coronabeleid heeft in de VS het afgelopen jaar geleid tot 510.000 coronadoden, oftewel 5.100.000 verloren levensjaren door het  coronavirus. Teruggerekend naar de Nederlandse situatie komt dat neer op 255.000 verloren levensjaren. Er zijn dus door het strengere Nederlandse beleid 100.000 levensjaren gered. Precies het aantal levensjaren dat Robin Fransman een jaar geleden al had berekend.

Maar dan die 40 miljard verlies aan nationaal inkomen. Het nationaal inkomen bedroeg eind 2019 ongeveer 725 miljard euro. Over 2020 is het nationaal inkomen met 3,8% gekrompen, oftewel een verlies van 27,5 miljard euro. Het redden van een levensjaar heeft dus niet gemiddeld 400.000 euro gekost, maar 275.000 euro. Nog steeds een gigantisch hoog bedrag.

Is nu de conclusie dat we dan beter het VS-beleid hadden kunnen toepassen het afgelopen jaar, omdat we dan door de soepele maatregelen weliswaar meer doden, maar minder economische achteruitgang hadden gekend? Het antwoord is: nee, want het absurde feit doet zich voor dat in de VS de achteruitgang in de economie over 2020 ongeveer even hoog was als in Nederland.

Robin Fransman wil het anders met zijn Herstel-NL

Toch is Robin Fransman een van de stuwende krachten achter het plan om Nederland uit de lockdown te halen (zie daarover Herstel-NL). Hier vertelt hij over de eerste ideeën van dat plan: Fransman wilde het virus op de niet kwetsbare groep vrij rond laten gaan. De kwetsbare groep – vooral ouderen – zou dan apart bescherming krijgen. Dit idee werd omarmd door de eerder genoemde Barbara Baarsma, Bas Jacobs en Coen Teulings. Hoe de kwetsbare groep precies beschermd moest worden, lazen we in De Volkskrant: “Nederland kan vanaf 1 maart weer volledig open, waarbij de kwetsbare mensen worden beschermd door ze af te zonderen in ‘veilige zones’, zoals vakantiehuisjes en hotels. Zo kan de economie weer gaan draaien.” Dit zei Coen Teulings op 18 februari jl. op de televisie.

“Veilige zones” voor de ouderen, waaronder dus ook voor schrijver dezes (70+)? Ik dacht direct aan het Juden Viertel, de getto’s voor de Joden onder het nazibewind. Zo dachten kennelijk meer mensen waaronder de krant zelf die zich afvroeg hoe zulke ervaren wetenschappers zich zo hebben kunnen vergalopperen. Tsja, ik weet het wel, deze heren en dame zijn ‘topeconomen’. Onder topeconomen wil het wel vaker fout gaan. Laten we de bloopers voor deze prominenten nog eens kort nalopen. Als de lezer echter niet van roddelen houdt, kan hij/zij de komende drie paragrafen ook overslaan.

Barbara Baarsma

Zij geeft soms colleges aan de Universiteit van Nederland. Neem bijvoorbeeld dit college. Hier blijkt zij in het sprookje te geloven dat een hoog toptarief mensen ontmoedigt in zichzelf te investeren. Het is natuurlijk heel vaak andersom, zoals Piketty ons geleerd heeft: een hoog toptarief weerhoudt mensen in topfuncties ervan zichzelf een onevenredig hoog inkomen toe te kennen. Na 11½ minuten in haar college begint ze zich enorm te vergalopperen. Ze beweert dat uit ‘wetenschappelijk onderzoek’ blijkt dat topvoetballers vooral daar gaan voetballen waar het toptarief het laagste is. Dit onderzoek ken ik; het is van toponderzoekers (nota bene uit de omgeving van Piketty) die ook eens een leuke toepassing wilden presenteren, maar helaas de Europese voetbalmarkt niet kenden. Professor Baarsma kennelijk ook niet.

Bas Jacobs

Bas Jacobs vond tien jaar geleden dat het toptarief van de inkomstenbelasting verlaagd zou moeten worden om de belastinginkomsten te vergroten. Die stelling was gebaseerd op het mainstream denken van die tijd. Toen kwam de Piketty-hype onder economen. Volgens Piketty was het gevolg van een hoog tarief anders dan Baarsma en Jacobs denken. Door een hoog toptarief zouden mensen in topfuncties zichzelf niet langer een onevenredig hoog inkomen toekennen (zie hierboven). De markt bepaalt hier dus niet de lonen en salarissen van toppers. Dat bepalen de toppers zelf. Bas Jacobs, een bewonderaar van Piketty, heb ik later nooit meer wat over het toptarief in de inkomstenbelasting horen beweren.

Coen Teulings

Bron: nl.wikimedia.org (Me Judice)

Coen Teulings ben ik, toen ik nog als academicus actief was, op diverse plekken in de economisch-academische wereld tegen gekomen. Prima vent eigenlijk, soms een beetje te ambitieus en op een gegeven moment directeur van het CPB geworden. Misschien een beetje tegen beter weten in, want in die functie moest hij doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s doen. Als de CPB-modellen ergens ongeschikt voor zijn, dan is het daarvoor. Hij deed die doorrekeningen toch.

Coen Teulings wilde al eerder generaties scheiden

Al veel eerder had hij het plan om generaties te scheiden, namelijk in de aanvullende pensioenen. Iedere generatie zou zijn eigen pensioenrekening krijgen, de jongere generaties zouden meer risico’s mogen lopen met hun opgebouwde vermogen, maar de ouderen zouden niet meer bloot gesteld worden aan risico’s en daarom misschien een lager pensioen kunnen krijgen. Het gevolg was dat er wel solidariteit binnen, maar niet meer tussen generaties zou zijn. Die door Teulings gewenste strikte scheiding tussen ouderen en jongeren heeft wel invloed gehad bij de hervorming van het aanvullende pensioen, maar is uiteindelijk afgezwakt door de invoering van solidariteitsreserves.

Hoe dan ook, Teulings wilde in de aanvullende pensioenen dus net zoiets als bij de bestrijding van de corona-epidemie. Risicovrije zones waar de ouderen mogen verpieteren, terwijl de jongeren risicovol hun gang kunnen blijven gaan.

Arjen Lubach maakt grappen waar economen niet tegen kunnen

Toen kwam Arjen Lubach op zondag 21 februari het plan van Teulings c.s. vakkundig en kolderiek om zeep helpen. Prominente economen houden er echter niet van belachelijk gemaakt te worden. Omdat bijna iedereen ze altijd serieus neemt, hebben ze er ook geen verweer tegen als ze op de hak worden genomen. Dus de dag na de uitzending kondigden Teulings en Baarsma publiekelijk aan het verdedigen van het plan te staken. Jacobs was al eerder gestopt. De reden die Teulings en Baarsma opgaven was zo mogelijk nog curieuzer dan het plan zelf. Ze zouden onder druk gezet zijn door overheidskringen om er mee te stoppen. Onzin, zeiden die ‘kringen’.

Mij lijkt het ook dat die economen die hun rekenmachines kwijt zijn geraakt (aldus Lubach) zichzelf nu zo serieus nemen dat ze een groot complot zien van ‘kringen’ die hun de mond willen snoeren. Welnee, zij zijn alleen maar belachelijk gemaakt. En ze zijn het nog ook.     


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.