De verklaring van succes

Als je in de herfst van je leven bent aangekomen, wordt het tijd de rekening op te maken. Heb je wel genoeg gedaan om wat te bereiken in het leven? Of, omgekeerd, heb je niet te veel gedaan? Waren al die inspanningen wel nodig, gezien het uitblijven van grote successen? Misschien had je meer uren bij je gezin moeten doorbrengen, in plaats van te proberen dat geniale wetenschappelijke artikel te schrijven. Er kwam wel een artikel, maar dat leverde niet de grote doorbraak waar je op gehoopt had.

Anders Ericsson: de expert van expertise

Anders Ericsson Bron: psy.fsu.edu

Afgelopen zomer las ik in The New York Times dat Anders Ericsson, hoogleraar psychologie aan de Florida State University, was overleden. Ik had nooit van hem gehoord, maar de eerste zinnen van zijn necrologie trokken mijn aandacht. Ericsson had gedurende zijn academische loopbaan wetenschappelijk bewezen dat iedereen een schaakgrootmeester, een concertviolist of een Olympisch atleet kan worden. Als hij maar op de juiste manier traint en het doorzettingsvermogen heeft om veel noodzakelijke trainingsuren te maken.

Dat was een opmerkelijk resultaat en je kunt gerust sterven als je deze stelling op je naam hebt staan. Voor mijzelf was dit resultaat een soort spiegel. Ik heb mijn academisch leven grotendeels besteed aan één onderdeel van de economie, namelijk de publieke economie. Binnen dat op zich beperkte gebied deed ik van alles en nog wat. Ik deed fundamenteel onderzoek, meer toegepast onderzoek, bijdragen aan publieke discussies, stukjes in kranten.

Veel gerichte training leidt tot succes

Allemaal fout. Ericsson meende dat als je ergens echt heel goed in wilt worden, je daar helemaal op moet focusen. Het beste is om vanaf heel jonge leeftijd met oefeningen te beginnen. En dan moet je niet zo maar oefenen. Je moet ervoor zorgen dat iemand jou traint die weet welke trainingsmethoden tot het beste resultaat leiden. Ericsson noemde dit deliberate practice wat we zouden kunnen vertalen als ‘gerichte training’.

Voor een econoom komt zo’n advies vreemd over. Er is toch zoiets als afnemende productiviteit van inspanning? Economen denken dat vanaf een zeker moment extra inspanningen niet meer lonen. Je kunt dat vergelijken met een economie die na verloop van tijd niet meer groeit als je ‘te veel’ kapitaal investeert (zie hier). Maar dit terzijde.

Anita Elberse gaat voor blockbusters

Succes voor Anita Elberse
Bron: bol.com

Ericsson kende ik dus niet, maar van Anita Elberse had ik wel gehoord. Zij is in 1996 afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Nu heeft ze een vaste aanstelling als hoogleraar bij de Harvard Businesss School. Ze onderzoekt wat de strategie is van toppers in de entertainmentindustrie.

Haar recept lijkt op dat van Ericsson. Succes is in de meeste gevallen verzekerd als maatschappijen heel veel geld en tijd investeren in hun producten. Filmmaatschappijen, bijvoorbeeld, maken blockbusters, films waar topacteurs in spelen, waar de meest geavanceerde special effects in worden toegepast. Bij blockbusters wordt daarnaast een groot marketingbudget ingezet om de film te promoten. Zij heeft dit uitgebreid beschreven in haar gelijknamige boek blockbusters.

Het succes van Alex Ferguson

Alex Ferguson Bron: creativecommons.org

Een voorbeeld van het werk van Anita Elberse is een onderzoek naar het succes van coach Alex Ferguson bij Manchester United.  Ferguson had om vele redenen succes. Hij zorgde voor een goede jeugdopleiding en liet talent doorstromen naar het topteam. Bovendien hield hij altijd zelf de hand op de knoppen. Hij zorgde ervoor dat hij altijd de baas bleef, ook over zijn spelers. Revoltes tegen zijn beslissingen of zijn gezag, accepteerde hij niet. Toen in 2006 Ruud van Nistelrooy bezwaar maakte tegen zijn bankbeurten, werd hij ogenblikkelijk verkocht aan Real Madrid.

Natuurlijk was het zeer belangrijk voor topspelers om hard te werken. Ferguson vond dat hard werken alleen al een talent is. Hij verwachtte dat zijn sterspelers zelfs harden dan hard zouden werken. Dat deden ze dan ook. Daarom zijn zij sterren geworden: omdat zij bereid en in staat waren harder te werken dan ‘gewone’ voetballers.

De 10.000 uur regel 

Terug naar Ericsson. Een van zijn bekendste studies gaat over het verband tussen het aantal uren dat violisten studeren op hun instrument en de kwaliteit van de violisten. Begin jaren negentig voerde hij, met collega’s, dat onderzoek uit aan een Berlijnse muziekacademie met een grote reputatie. Met behulp van docenten aan deze academie werden studenten viool van rond de 20 jaar oud ingedeeld in matige, goede en topviolisten. Alle violisten in de drie groepen werd vervolgens gevraagd hoeveel uur ze inmiddels met hun instrument hadden gestudeerd.

Wat bleek was dat de toptalenten over hun hele leven ongeveer 10.000 uur hadden gestudeerd, terwijl de goede violisten tot ongeveer 8.000 uur kwamen en de matige violisten niet verder kwamen dan 4.000 uur. Opvallend was verder dat er geen enkele topviolist was bij wie de virtuositeit was komen aanwaaien. Zij moesten er hard voor werken. Kortom, als je muzikaal talent hebt (alle studenten aan de Berlijnse muziekacademie moesten talent hebben om te worden aangenomen), kun je alleen maar de top bereiken door veel tijd in het oefenen op je instrument te steken.

Malcolm Gladwell: niet alleen 10.000 uur geeft succes

Malcolm Gladwell Bron: comons.wikimedia.org

Dit opmerkelijke resultaat is gepopulariseerd door de Amerikaanse/Canadese schrijver Malcolm Gladwell in zijn vermakelijke boek Outliers. Gladwell vraagt zich ongeveer hetzelfde af als Ericsson. Hoe komt het dat sommige mensen zoveel succes hebben en anderen niet? Eén element is de net besproken 10.000 uur-regel.

Maar dat is niet alles: je moet ook op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Waarom bijvoorbeeld werden zoveel Amerikanen in het midden van de 19e eeuw superrijk? Omdat de Amerikaanse economie toen de grootste transformatie van zijn geschiedenis doormaakte. De weg naar het Westen werd opengelegd door de ontwikkeling van de spoorwegen. Met de aanleg van spoorwegen waren fortuinen te verdienen en slimme en ondernemende ‘durfinvesteerders’ sprongen daarin door in de juiste industrie te investeren: olie (Rockefeller), staal (Carnegie) en natuurlijk de spoorwegen zelf (Vanderbilt).

Talent, hard werken en geluk

Talent, hard werken en geluk, dat zijn dus de ingrediënten voor succes. Geluk, dat wil bijvoorbeeld zeggen dat je op het juiste moment geboren moet zijn (zie het voorbeeld van de spoorwegen in de VS), maar ook dat je in het juiste milieu moet zijn geboren, dat je ouders je geleerd hebben sociaal vaardig te zijn, enzovoorts. Als dat allemaal opgaat, kun je de nieuwe Michael Jordan, de nieuwe Messi, de nieuwe Bill Gates, of de nieuwe Albert Einstein worden.

Dat klinkt overtuigend, en ik kan me zo voorstellen dat je bij alle succesvolle mensen kunt aanwijzen wat hen zo succesvol maakte. Bij talentvolle mensen die toch geen succes kennen in hun leven, kun je de factoren afstrepen die ervoor gezorgd hebben dat deze mensen faalden. Dat doet Oliver Gladwell in Outliers.

Gefaalde en geslaagde genieën

Zo is daar het verhaal van Chris Langan met een uitzonderlijk hoog IQ van 195, maar die eindigt als uitsmijter in een bar. Het ontbreekt hem aan ‘praktische intelligentie’ waardoor hij bij topopleidingen – waar hij geschikt voor zou zijn – keer op keer wordt afgewezen.

Malcolm Gladwell vergelijkt het tragische levensverhaal van Chris Langan met het levensverhaal van Robert Oppenheimer. Robert Oppenheimer was ook gezegend met een uitzonderlijk hoog IQ, maar in tegenstelling tot Chris Langan was hij wel succesvol.

Robert Oppenheimer Bron: commons.wikimedia.org

Robert Oppenheimer is wereldberoemd geworden als leider van het Manhattan project dat in WWII in het diepste geheim de atoombom ontwikkelde. Hij was geboren in een rijk gezin, waar ‘praktische intelligentie’ met de paplezing werd ingegoten. Die praktische intelligentie had hij nodig ook: twee keer in zijn leven moest hij zich verweren tegen een aanklacht wegens een moordpoging. Hij had gepoogd een mentor die hem niet aanstond te vergiftigen. Hij kwam er ongeschonden uit. Zo wist hij zich ook het Manhattan-project in te praten, hoewel hij eigenlijk praktisch labwerk haatte.

Het verschil tussen de Major League en de Minor League

honkbal in de MLB Bron: Joshua Peacock on Unsplash

Er is meer. Kijk eens naar de honkbalcompetitie in de VS. De spelers in de Major League verdienen al gauw minstens 10 miljoen dollar per jaar in een sport die een fitte speler wel twintig jaar lang kan beoefenen. In de Minor League, echter, het niveau net onder de Major League moeten de meeste spelers rond zien te komen van een minimumloon. Wie wel eens een wedstrijd in de Minor League heeft gezien, weet dat het niveau daar niet zo heel veel onderdoet voor het niveau van de Major League.

Hoe komt het dat de topspelers in het Amerikaanse honkbal zo veel meer verdienen dan de iets mindere spelers van de Minor League? Het komt omdat (bijna) iedereen liever naar een Major League wedstrijd kijkt dan naar een wedstrijd in de Minor League.

Sherwin Rosen: de economie van supersterren

De econoom Sherwin Rosen gaf in 1982 dit antwoord in het artikel the economics of superstars. Het idee van dat artikel is ongeveer het volgende. Stel je voor dat je als honkballiefhebber naar een leuke honkbalwedstrijd wilt kijken. Op de televisie kun je kiezen uit wedstrijden uit de Major league of uit de Minor League. Hoewel de kwaliteit van het spel in de Minor League niet veel onderdoet voor de kwaliteit van het spel in de Major league, kies je toch voor een wedstrijd uit de Major League. Die keuze zal iedereen maken en dus kijkt er (vrijwel) niemand naar wedstrijden uit de Minor League. De televisieopbrengst voor wedstrijden uit de Minor League is dan ook laag en dit verklaart waarom de spelers in de Minor League zo weinig verdienen.

Er zijn dus twee belangrijke kenmerken. Ten eerste, het aantal spelers dat een plaats kan krijgen in de Major league is beperkt en er komen dus ook getalenteerde spelers in de Minor League terecht. Ten tweede, hoewel de kwaliteit van de Major league maar ietsjes hoger is dan de kwaliteit van de Minor League, krijgt de Major league toch alle aandacht en publiciteit. De Minor League moet het met kruimeltjes doen.

The winner takes it all

Dit is het bekende winner-takes-all principe dat in diverse onderdelen van de economie opgeld doet. Keren we bijvoorbeeld weer eens terug naar de topviolisten van Ericsson. Zij hadden allemaal minstens 10.000 uur repeteertijd op hun conto staan. Let wel, zij waren nog studenten, geen gearriveerde violisten. De vraag is, zullen zij allemaal een plaats in een toporkest kunnen krijgen. Het antwoord lijkt me: nee, er zijn veel meer topviolisten dan er toporkesten zijn.

Wat gebeurt er met een topviolist in de dop die weet dat hij/zij misschien nooit een toporkest gaat halen? Die gaat misschien wel minder repeteren en wordt dan dus wel een goede maar niet een topviolist. Je moet erg van jezelf overtuigd zijn om zoveel tijd in je hobby te steken. Als je missie faalt en je bijvoorbeeld gedwongen bent muziekdocent te worden, heb je inefficiënt veel tijd in je vioolstudie gestoken. Helaas was je zelfvertrouwen gebaseerd op zelfoverschatting.

Je kunt alleen winnen als je erin gelooft

We kunnen dus een (over)grote dosis aan zelfvertrouwen toevoegen aan de lijst van verklarende factoren voor succes. Zelfvertrouwen is echter geen garantie voor succes. De 10.000 uur regel blijkt dus opnieuw niet voldoende te zijn voor succes, hoewel natuurlijk wel noodzakelijk.

De 10.000 uur regel is dus geen betrouwbare voorspeller voor succes. Keren we weer terug naar Anita Elberse. Zij zei in een interview: “Als jij mij nu een lijst geeft van honderd beginnende artiesten, dan denk ik wel dat ik beter dan de gemiddelde Nederlander kan voorspellen wie er succesvol wordt, ja.” Gaan wij dat geloven? Nou, nee. Als die honderd artiesten zouden weten welke strategie de toppers van Elberse beroemd maakte, kunnen ze die strategie allemaal toepassen. Ze kunnen echter niet allemaal succesvol worden, succes is er immers alleen voor de enkeling. The winner takes it all, the loser standing small, om maar eens een succesvol schrijversduo uit het verleden te citeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.