Met quasi-berekeningen schept het CPB een generatiekloof

Als de AOW-leeftijd op 66 jaar wordt bevroren, in plaats van die te laten stijgen tot 67 jaar en verder, dan is dat potverteren op kosten van de jongeren, zo meldde De Volkskrant. De pensioenpot zal door dit soort maatregelen eerder leeg raken. Hoe weet de krant dat? Ik vermoed door berekeningen van het CPB. Dit instituut waarschuwde diverse malen voor de onhoudbaarheid van de AOW en creëerde zo een kunstmatige oud-jong tegenstelling en tevens het excuus voor de afbraak van de AOW. “Met quasi-berekeningen schept het CPB een generatiekloof” verder lezen

De zorgverzekering in NL en de VS (College 11: EvdO)

We hebben geleerd in college 10 dat verzekeraars op de markt zullen proberen de ‘hoge’ risico’s (HRs = mensen met gemiddeld hoge schadelast, dus relatief ongezond) te weren of anders voor hen een kostendekkende (en dus onbetaalbare) premie te berekenen. Op een markt waar dat succesvol lukte (de VS) bleven veel HRs onverzekerd rondlopen. Als deze HR-mensen onverhoopt ziek werden, kregen ze slechte zorg tegen een hoge prijs. Voor landen met een enigszins sociale inslag is dat onwenselijk. In college 9 hebben we al gezien hoe Nederland en de VS onder Obama de onverzekerbaarheid hebben bestreden door mensen te verplichten zich te verzekeren. In dit college evalueren we hoe deze verplichting in deze landen heeft uitgewerkt, met de kennis van college 10 in het achterhoofd.

“De zorgverzekering in NL en de VS (College 11: EvdO)” verder lezen

Zorg (College 9: EvdO)

Zijn mensen gezonder als er in een land veel aan zorg wordt uitgegeven? Hangt de zorg die we ontvangen als we ziek zijn af van ons inkomen?  Hebben arme mensen een slechtere zorgverzekering dan de rijken? Dit zijn de soort vragen waar we ons in dit college mee bezig houden. Het is niet zo verrassend dat zal blijken dat de vorm en de inhoud van de zorgverzekering bepalend zijn voor het antwoord op deze vragen.

“Zorg (College 9: EvdO)” verder lezen

Belastingconcurrentie (College 7: EvdO)

Belastingconcurrentie doet zich voor als min of meer vergelijkbare landen azen op eenzelfde soort ‘kapitaal’. Dat kapitaal kan bestaan uit hoog opgeleide specialisten, het kan een fabriek zijn, een groot multinationaal bedrijf, zoals Starbucks, het kan ook het hoofkantoor van een bedrijf zoals Unilever zijn, maar het kan ook gewoon mensen met (veel) geld zijn. We beperken ons hier tot niet-menselijk fysiek kapitaal. De vragen zijn hoe overheden met belastingmiddelen fysiek kapitaal proberen aan te trekken en of dat een welvaartsverhogende activiteit is. Het antwoord op de laatste vraag zal bijna altijd negatief zijn.

“Belastingconcurrentie (College 7: EvdO)” verder lezen

Begrotingsbeleid (College 6 EvdO))

De overheid mag in economisch slechte tijden de overheidsschuld op laten lopen om zo de economie te stimuleren, als ze in economisch goede tijden de schuld maar weer laat dalen om schuldexplosies te voorkomen. Dit inzicht is nu triviaal, maar er was een genie als John Maynard Keynes voor nodig om dit (in de jaren 1930) als eerste in te zien.
Dit zogenaamde anti-cyclische begrotingsbeleid is ergens in de jaren 60/70 van de vorige eeuw populair geweest, maar raakte daarna in diskrediet. Hoe komt dat?

“Begrotingsbeleid (College 6 EvdO))” verder lezen

Migratie in/naar een economische unie (College 4: EvdO)

In de EU is migratie en migratiebeleid al decennialang een bron van tegenstellingen. Zeker sinds de grote uitbreiding van de EU in 2004, met de toelating van acht nieuwe lidstaten, verhevigde de discussie zich. In beginsel is de EU een gemeenschappelijke arbeidsmarkt en dat betekent dat ingezetenen van een EU land zonder beperkingen in andere lidstaten kunnen gaan werken als ze dat willen. Het (economische) idee hierachter is dat vrije migratie in een economische unie mensen in staat stelt hun productiviteit optimaal in te zetten, zodat de welvaart in de unie ook maximaal wordt. Waarom dan toch zoveel discussie in de EU over migratie binnen de EU? En hoe moeten we vanuit economisch gezichtspunt migratie van buiten de EU beoordelen?

“Migratie in/naar een economische unie (College 4: EvdO)” verder lezen

Verkiezingen en stemmen in de (Europese) Unie (College 3 EvdO)

Het Nederlandse parlement heeft wetgevende bevoegdheid. Als een wet door het parlement is aangenomen, is deze ook van kracht. Als je als kiezer voor, bijvoorbeeld, een verlaging van de belastingtarieven bent, dan stem je bij de parlementsverkiezingen op een politieke partij die daar ook voor is. Als die partij dan groot genoeg is en een meerderheid in het parlement weet te mobiliseren voor lagere belastingtarieven, dan ben je als kiezer in je missie geslaagd. Geldt dat ook bij verkiezingen voor het Europese parlement? “Verkiezingen en stemmen in de (Europese) Unie (College 3 EvdO)” verder lezen